Oordeel en genade in de wereld

ArmoedeIn De Reformatie staat deze week een artikel van drs. Piet Houtman, docent theologie aan het Presbyterian Theological Seminary in Dehra Dun, India, met de titel Oordeel en genade in een wereld van honger. Dit artikel volgt op een artikel dat vorige week in De Reformatie verscheen, met de titel Ontwikkelingswerk en het oordeel van God. (Dit eerste artikel is ook online te lezen). In beide artikelen stelt drs. Houtman: ‘In de armoede in de wereld is de hand van God te zien; zijn oordeel.’ In zijn tweede artikel (helaas niet online te lezen) licht hij deze stelling toe en verdedigt hij deze tegen voor de hand liggende tegenwerpingen. Ook trekt hij er een paar praktische conclusies uit.

Eén tegenwerping luidt: ‘Moeten wij niet minder over oordeel praten en meer over genade?’ Houtman schrijft:

Het antwoord is: die twee gaan gelijk op. Genade is verlossing van het oordeel; van een heel reëel oordeel. (…) Gods gerechtigheid omvat beide: oordeel en genade. Daarom kun je ze niet tegen elkaar uitspelen. (…) Oordeel zonder genade is uitzichtloos; het zou geen zin hebben om te luisteren als het verkondigd wordt, want je kunt er niets mee. Maar omgekeerd: zonder oordeel wordt genade niet mooier; ze verbleekt, wordt goedkoop, vanzelfsprekend. Het zou niet meer de boodschap zijn van Christus aan het kruis: Hij onderging het oordeel. Genade is actueel omdat het oordeel reëel is.

Houtman schrijft dat dit besef een diepe motivering oplevert als het gaat om ontwikkelingswerk, armoedebestrijding, etc.:

We proberen iets van Gods genade te laten zien in het leven van mensen die zuchten onder Gods oordeel. (…) Wij delen uit van de gerechtigheid die wij zelf van God gekregen hebben.

Aan het eind van zijn artikel vraagt hij:

Voelen wij ons schuldig, als wij rijken met bittere armoede worden geconfronteerd? Waarom? Misschien hebben wij die armen geen onrecht aangedaan. Maar dan zijn wij wel schuldig aan andere zonden. En daarom zijn wij – ook al zijn we niet arm – wel mee aan het oordeel onderworpen. Ook wij hebben het nodig gered te worden. Willen wij sociale gerechtigheid bevorderen, dan moeten wij meer doen dan onze rijkdom en expertise met armen delen, en opkomen tegen onderdrukking; dan moeten wij ons bekeren, over de hele linie; en ook bij anderen – discreet, naar gelang van onze positie – opkomen voor bekering over de hele linie. Radicale ontwikkelingshulp is een zaak van heiliging.

Tot slot wijst hij erop dat dit alles ons gebedsleven zal intensiveren en verdiepen:

Bidden is meer dan vragen om meer eten en geld voor de armen; meer dan vragen om Gods zegen over onze programma’s. Bidden is, in de nood van de wereld, zuchtend onder Gods oordelen, roepen om zijn genadige redding uit die nood; gelovig. Heer, heb medelijden, kom!

Dit alles is een les voor mij: mijn handel en wandel hier in het rijke westen, mijn zonden, mijn ik-gerichtheid – om deze dingen ben ik mee aan het oordeel onderworpen. Ook ik moet gered worden. Ook ik moet me bekeren. En aangezien Gods toorn wordt opgewekt over afgoderij en goddeloosheid over héél de linie, in heel de wereld, vallen ook mijn zonden daar onder.

Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter …
Romeinen 8:20,21a NBG

Advertenties