Bonhoeffer over het huwelijk

‘Het huwelijk is meer dan jullie wederzijdse liefde. (…) In je liefde zie je alleen de hemel van je eigen geluk, door je huwelijk aanvaard je verantwoordelijkheid tegenover de wereld en de mensen. Je liefde is van niemand dan van jullie alleen, ze is persoonlijk; het huwelijk is iets bovennatuurlijks, het is een levensstaat, een ambt. Pas de kroon maakt de koning en niet de wil om te heersen; zo maakt pas het huwelijk en niet je wederzijdse liefde jullie tot een echtpaar voor God en de mensen.’

Dietrich Bonhoeffer, Verzet en overgave. Brieven en aantekeningen uit de gevangenis (Kampen: Ten Have, tweede druk 2007), blz. 55-56. Aangehaald door John Piper in zijn boek Gedeeld Geluk, Wat Gods liefde betekent voor je huwelijk, Uitgeverij Kok Kampen, blz. 15-16.

Advertenties

Moeilijk

‘The hard thing is not getting people saved; the hard thing is getting people lost.’
(Vrij vertaald: ‘Het is niet moeilijk mensen te redden; het is moeilijk mensen te laten zien dat ze verloren zijn.’)

Dr. Bill Piper, evangelist, aangehaald door zijn zoon John Piper in een preek over Romeinen 1:6-7, over wat het betekent om geroepene van Jezus Christus te zijn. John Piper legt in die preek uit dat mensen bij God geen rechten hebben. En juist als je dat gaat zien, besef je ook hoe groot Gods genade is dat hij je roept, terwijl Hij dat ons niet verplicht is. Het is pure genade!

Het doel van het Evangelie

‘Het Evangelie is geen middel om mensen in de hemel te krijgen, het is een middel om mensen bij God te krijgen. Het is een middel om iedere belemmering weg te nemen die eeuwige blijdschap bij God in de weg staat. Als we God niet boven alles stellen, zijn we niet door het Evangelie bekeerd.’

John Piper in God is het Goede Nieuws, blz. 47.

Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij Die rechtvaardig was, voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen.
1 Petrus 3:18 HSV

Oorlogstijd

vreugdevangod.jpg“Duizenden christenen horen niets van de duivelse bommen die vallen en van de kogels die hun om de oren fluiten. Ze ruiken niets van de helse napalm die wordt uitgegooid over de witte wereldoogst. Ze krimpen niet ineen en huilen niet om de duizenden mensen die wekelijks te gronde gaan. Zij houden geen rekening met kwade geestelijke machten in de hemelse gewesten en met de wereldbeheersers van deze duisternis. Er is helemaal geen duisternis, zeggen zij. Het is stralend licht, een en al vrolijkheid – kijk maar naar mijn huis, mijn auto, mijn werk, mijn caravan en mijn boot. Luister maar naar mijn nieuwe stereo-installatie en kijk maar naar mijn nieuwe dvd-speler.”

John Piper in De vreugde van God, blz. 227.