Verhouding man-vrouw: samenvatting Genesis 1-3

De afgelopen tijd heb ik delen overgenomen uit preken van John Piper over het thema Biblical Manhood and Womenhood. Het ging in die preken over de verhouding tussen man en vrouw en we hebben gezien hoe God het had bedoeld en hoe het geworden is na de zondeval. In deze post wil ik kort samenvatten wat Genesis 1-3 ons leren.

In Genesis 1:27 maakt God ons duidelijk dat man en vrouw allebei zijn geschapen naar Gods beeld en dat houdt geweldig veel in. Het veronderstelt namelijk:

  • dat man en vrouw elkaars gelijke zijn;
  • dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn;
  • dat mannen en vrouwen elkaar wederzijds respecteren;
  • dat er harmonie is tussen mannen en vrouwen;
  • dat mannen en vrouwen elkaar aanvullen;
  • dat mannen en vrouwen eenzelfde bestemming hebben.

Als we vervolgens Genesis 2 en 3 goed lezen dan zien we hoe God wil dat man en vrouw invulling geven aan deze bovenstaande punten. In de dynamiek van o.m. harmonie en elkaar aanvullen geeft God de man een eerste verantwoordelijkheid. De man krijgt namelijk van God de verantwoordelijkheid om initiatief te nemen. Hij krijgt een leiderschapsverantwoordelijkheid. We zagen vier [1][2] punten die hiernaar wijzen:

  1. De man is eerst geschapen;
  2. Het morele patroon van het leven in de hof is aan de man gegeven;
  3. De man wordt na de zondeval het eerst ondervraagd;
  4. Satan valt de vrouw als eerste aan.

Tenslotte lezen we in Genesis 3 hoe de verhouding tussen man en vrouw grondig verstoord is geworden. Genesis 3:16 geeft daarbij aan hoe het conflict tussen man en vrouw er voortaan uit zal zien. Het is dus geen beschrijving van hoe het hoort te zijn. Het ‘begeren’ van de in zonde gevallen vrouw, moet in het licht van Genesis 4:7 uitgelegd worden als het verlangen om de man te overheersen, te onderwerpen of uit te buiten. Echter, Genesis 3:16 zegt dat de in zonde gevallen man op eenzelfde manier zal reageren en over de vrouw zal heersen.

Als je dit op je laat inwerken – hoe God het bedoeld had en hoe het is geworden, denk maar de vele huwelijksmoeiten en echtscheidingen – dan zie je in dat wij mensen, zoals we van onszelf zijn, dit conflict nooit kunnen oplossen. Nee, dit alles vráágt om een ingrijpen van God zelf. En dat heeft Hij gedaan – in Jezus Christus! Ja, we zullen het ook over Hem moeten hebben en dan zullen we zien dat er nog meer duidelijk wordt over de verhouding tussen man en vrouw. Ik hoop daar op een later tijdstip nog eens over te schrijven.

[1] Ik kwam nog een vijfde punt tegen in een artikel van ds. Dean Anderson in De Reformatie, nummer 45, jaargang 84, blz. 761: ‘Adam laat zijn leiding over de vrouw zien door ook haar van een naam te voorzien, een naam die haar kenmerkt als moeder van alle levenden (verg. 2:19 en 3:20)’.

[2] Update augustus 2017: Ik kwam nog een vergelijkbaar punt tegen in een artikel van John Piper: Nadat Adam namen heeft gegeven aan alle dieren (Genesis 2:19-20), geeft hij de vrouw de naam Mannin (Genesis 2:23). Iemand een naam geven getuigt in het OT van gezag, zoals bijv. Genesis 32:28-29 laat zien, waar God Jakob de naam Israël geeft.

Advertenties

Moeilijk

‘The hard thing is not getting people saved; the hard thing is getting people lost.’
(Vrij vertaald: ‘Het is niet moeilijk mensen te redden; het is moeilijk mensen te laten zien dat ze verloren zijn.’)

Dr. Bill Piper, evangelist, aangehaald door zijn zoon John Piper in een preek over Romeinen 1:6-7, over wat het betekent om geroepene van Jezus Christus te zijn. John Piper legt in die preek uit dat mensen bij God geen rechten hebben. En juist als je dat gaat zien, besef je ook hoe groot Gods genade is dat hij je roept, terwijl Hij dat ons niet verplicht is. Het is pure genade!

Verhouding man-vrouw: satan valt de vrouw als eerste aan

De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? (Genesis 3:1)

Zo had God het bedoeld voordat er zonde in de wereld was: de man zonder zonde, vol liefde, in zijn tedere, sterke, morele leiderschap in verhouding tot de vrouw; en de vrouw zonder zonde, vol liefde, in haar vreugdevolle, ontvankelijke steun voor het leiderschap van de man. Geen kleinering door de man, geen vleierij van de vrouw. Twee verstandige, nederige mensen, helemaal in de ban van God, die, in schitterende harmonie, hun unieke en verschillende verantwoordelijkheden uit-leven.

Nu weet Satan dat dit een prachtige ordening is. Hij weet dat Gods patroon voor het leven ontworpen is voor de mens zijn bestwil. Maar Satan haat God en hij haat de mens. Hij is een leugenaar en een moordenaar vanaf het begin. En dus wat doet hij? Dat is de vierde observatie.

Satan pleegt een aanslag op Gods patroon door in plaats van de man de vrouw aan te vallen. Als het Gods bedoeling is dat de man een speciale verantwoordelijkheid met betrekking tot de leiding in de hof moet dragen, dan zal Satan er alles aan doen om dat patroon te vernietigen.

Waarom benaderde hij de vrouw in Genesis 3:1? Waarom trok hij haar als eerste in een discussie en maakte hij haar de woordvoerder van het stel? Waarom verlokte hij haar om de morele beschermer van de hof te zijn? Was dat omdat zij een makkelijker prooi was? Is de vrouw lichtgeloviger dan de man? Of zou het antwoord kunnen zijn: Satan betrok de vrouw hier als eerste in, en maakte haar de woordvoerder en de morele beschermer, omdat dat precies is wat niét had moeten gebeuren?

Met andere woorden: Satan verwerpt de ordening die God heeft vastgesteld en negeert eenvoudig de man en begint zijn subtiele strijd met de vrouw. En door zo te doen maakt hij de man precies tot hoe hij hem hebben wil: een stille, teruggetrokken, zwakke, angstige en passieve slappeling. En een mannelijke slappeling is een heel gevaarlijk iemand. Het ene moment is hij passief en volgt hij zijn vrouw; en het volgende moment is hij boos en geeft haar de schuld voor al zijn problemen.

En Satan lacht bij zichzelf en zegt: ‘Nu heb ik zo’n verwarring van rollen veroorzaakt, daar zullen ze nooit meer uitkomen. Ze zullen kijken naar de man die kwetst en beledigd en hem vertellen dat hij rustiger moet omgaan met vrouwen. En ze zullen kijken naar de gekwetste vrouw en haar vertellen dat ze assertiever moet zijn naar mannen toe. En ze zullen nooit tot de kern van het probleem komen.’

Maar in Genesis 3:17 gaat God direct naar de kern van het probleem. Hij zegt tegen de man: ‘Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt, waarvan Ik u gebood: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt.’ Met andere woorden: ‘Adam, je was aan het luisteren, terwijl je de leiding had moeten nemen.’ God is niet van zijn stuk gebracht door wat Satan deed.

En Hij wil ook niet dat wij verward zijn. Hij schiep de man als eerste; Hij gaf hem het morele patroon van de tuin als eerste; Hij hield hem verantwoordelijk voor het falen, als eerste; en Hij strafte hem voor het zich aansluiten bij Gods aartsvijand, toen Satan in de zondeval de man en de vrouw verlokte tot een grote omkering van hun rollen.

Dus wat zouden we moeten doen? Welnu, mannen, wij zouden ons voor God moeten verootmoedigen vanwege onze fouten. Wij allemaal. Dit is geen oproep om jezelf boven welke vrouw dan ook te verheffen. Dit is geen oproep om te overheersen, of te kleineren of om de vrouw op haar plaats te zetten. Zij is ten slotte een mede-erfgenaam van God, en bestemd voor een heerlijkheid die ons op een dag zal verblinden. Dit is een oproep om ons hoofd te buigen en verantwoordelijkheid te nemen om een leider te zijn – een dienende leider op de diverse manieren die passen bij alle verschillende verhoudingen tot vrouwen.

Het is een oproep voor ons mannen:

  • om het risico te nemen dat we uitgelachen worden;
  • om te bidden zoals nooit tevoren om hulp in deze geweldige verantwoordelijkheid;
  • om meer dan ooit bezig te zijn met het Woord zodat we weten wat God van ons verwacht;
  • om de dingen meer te plannen dan we nu doen, en doelgericht en bedachtzaam zijn en ons minder laten meeslepen door de gemoedstoestand van het moment;
  • om gedisciplineerd en gestructureerd te zijn in ons leven;
  • om zacht en gevoelig te zijn;
  • om het initiatief te nemen om er zeker van te zijn dat er een tijd en een plaats is om met haar te praten over die dingen waar echt over gepraat moet worden – deze ‘haar’ kan een vriendin zijn, of iemand waarmee je uitgaat, of een collega, of je vrouw of je zus;
  • om bereid te zijn ons leven af te leggen om deze verantwoordelijkheid, om de leiders te zijn waartoe God ons roept, in te lossen.

Moge God ons blijven onderwijzen en ons nederig maken en ons helen in al onze relaties, tot zijn eer en tot onze vreugde.

Uit een preek van John Piper over Genesis 2:18-25 uit de serie Biblical Manhood and Womanhood.
De aangehaalde Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling.

Verhouding man-vrouw: het morele patroon is aan de man gegeven

En de HEERE God gebood de mens: Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven. … En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u? (Genesis 2:16-17; 3:9)

De tweede observatie die we maken is deze: Eén van de verantwoordelijkheden die meekwamen met het er als eerste zijn was de primaire verantwoordelijkheid (niet de enige, maar de primaire verantwoordelijkheid) om het morele patroon van het leven in de hof van Eden te ontvangen en dit te onderwijzen en er aansprakelijk voor te zijn.

Voordat de vrouw werd geschapen kwam God naar de man toe in vers 16 en zei: ‘Van alle bomen van de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.’

Nadat de vrouw is geschapen wordt ons niet verteld dat God dit patroon van moreel leven in de tuin aan de vrouw heeft herhaald. Ik denk dat Mozes, terwijl hij dit schrijft, van ons verwacht dat we concluderen dat aan Adam het morele levenspatroon van de hof is toevertrouwd alsmede de primaire verantwoordelijkheid om dit met Eva te delen, en dat hij er aansprakelijk voor is.

Zitten we hier op het goede spoor, of lezen we te veel in het feit dat aan Adam het morele gebod wordt gegeven? De derde observatie is voor mij een sterke indicatie dat we ons op het juiste spoor bevinden.

Nadat het morele patroon was doorbroken door zowel Adam als Eva, kwam God hen in hoofdstuk 3 ter verantwoording roepen. En alhoewel de vrouw het eerst van de verboden vrucht had gegeten, kwam God eerst naar Adam toe, en niet naar Eva, om hem aansprakelijk te stellen voor het falen om te leven volgens het patroon dat Hij had gegeven.

Vers 9: ‘En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?’ Adam, waar ben je? Vers 11 (God ondervraagd nog steeds Adam als eerste): ‘Wie heeft u verteld dat u naakt bent? Hebt u van die boom gegeten waarvan Ik u geboden had daar niet van te eten?’

Waarom zou God eerst naar de man komen en hem ter verantwoording roepen in plaats van dat Hij eerst naar de vrouw zou gaan, helemaal omdat zij het eerst van de vrucht at? Het meest natuurlijke antwoord is dat God de man primair verantwoordelijkheid stelt voor het morele leven in de hof en daarom is de man primair aansprakelijk voor het niet leven volgens dit patroon.

Vergis je niet: God houdt de vrouw zeker verantwoordelijk voor haar daden. Zij is een individueel, moreel verantwoordelijk wezen naar het beeld van God. En wat de man doet of waarin hij tekortschiet, ontslaat haar niet van een persoonlijke, individuele verantwoordelijkheid om God te kennen en te gehoorzamen. Maar in hun verhouding tot elkaar kijkt God eerst naar de man en zegt: ‘Ben jij de morele en geestelijke leider geweest die je had moeten zijn?’

James Dobson (van ‘Focus on the Family’) heeft het overweldigende belang van deze waarheid zeer duidelijk gezien, alsmede de schrikbarende gevolgen wanneer een man en vader afstand doet van zijn verantwoordelijkheid. Hier volgt wat hij zei:

Een christelijke man is verplicht zijn gezin naar beste kunnen te leiden… Als zijn gezin te veel op krediet heeft gekocht, dan is de financiële kras uiteindelijk zijn schuld. Als het gezin nooit de Bijbel leest of zelden op zondag naar de kerk gaat, dan rekent God de man dat aan. Als de kinderen geen respect tonen en ongehoorzaam zijn, dan ligt de primaire verantwoordelijkheid daarvoor bij de vader… niet zijn vrouw… In mijn optiek [zegt Dobson], heeft Amerika het nu het meest nodig dat mannen hun gezinnen beginnen te leiden, in plaats van alle fysieke en emotionele middelen te gieten in alleen maar het verkrijgen van geld. (Straight Talk to Men and Their Wives, Word Books, 1980, blz. 64vv)

Ik ben het met Dobson eens omdat ik denk dat wat hij zegt nu juist in deze hoofdstukken wordt geleerd. God bracht de man als eerste op het toneel als de leider. Hij vertrouwde hem als eerste het morele patroon van het leven in de hof toe. En Hij riep hem als eerste ter verantwoording voor de ongehoorzaamheid. Daarom, hoewel man en vrouw voor God gelijke individuele verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen gehoorzaamheid (dat is wat het betekent om naar zijn beeld geschapen te zijn), draagt niettemin de man in de onderlinge verhouding een grotere verantwoordelijkheid om te leiden, dan de vrouw.

Zo had God het bedoeld voordat er zonde in de wereld was: de man zonder zonde, vol liefde, in zijn tedere, sterke, morele leiderschap in verhouding tot de vrouw; en de vrouw zonder zonde, vol liefde, in haar vreugdevolle, ontvankelijke steun voor het leiderschap van de man. Geen kleinering door de man, geen vleierij van de vrouw. Twee verstandige, nederige mensen, helemaal in de ban van God, die, in schitterende harmonie, hun unieke en verschillende verantwoordelijkheden uit-leven.

Uit een preek van John Piper over Genesis 2:18-25 uit de serie Biblical Manhood and Womanhood.
De aangehaalde Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling.