Vakantie

As. zaterdag gaan we op vakantie. Even er een aantal weken tussenuit. Ook op mijn weblog neem ik vakantie. In ieder geval de maand juli, maar misschien ook wel een deel van augustus.

Ik wens jullie allemaal een mooie tijd, of je nu op vakantie gaat of thuis blijft, en Gods zegen.

Advertenties

Vrouw in het ambt?

‘Mag een vrouw ambtsdrager worden? Is dat Bijbels? Wat zegt de Bijbel daar eigenlijk over?’

In sommige kerkverbanden is dit geen vraag meer. Daar staat het ambt al jaren open voor vrouwen, ongeacht of het nu het ambt van diaken, ouderling of predikant betreft. Sinds een aantal jaren is dit ook het geval in de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK).
In mijn eigen kerkverband (GKv) kunnen alleen mannen diaken, ouderling of predikant worden. Wel leven er allerlei vragen op dit gebied. Sommigen zien absoluut geen ruimte voor de vrouw in het ambt, anderen juist wel. Weer anderen zien wel ruimte voor de vrouwelijke diaken, maar niet voor de vrouwelijke ouderling of predikant.

In een artikel vandaag in het ND komt ds. Schreuder, predikant in Spakenburg, aan het woord. Hij gaf drie jaar leiding aan de bezinning op de positie van de vrouw in de kerk en komt nu met een eigen visie: ‘vrouwen mogen breed en creatief ingezet worden, uitgezonderd het geestelijk leiden of onderwijzen van de hele gemeente.’ Hij heeft deze visie uitgewerkt in een boekje: Dienende mannen en vrouwen in het huwelijk en in de kerk (Uitg. Woord en Wereld, Bedum).

Ds. Schreuder noemt in het artikel twee lijnen. De eerste lijn is: ‘Man en vrouw zijn gelijk, beiden geschapen naar Gods beeld, beiden vrijgekocht in Christus’ offer.’ De tweede lijn is ‘dat man en vrouw verschillend zijn en in een gezagsrelatie geschapen zijn. God geeft aan de man de eindverantwoordelijkheid in zijn huwelijk en gezin en in de kerk.’ Volgens Schreuder kunnen deze beide lijnen prima naast elkaar bestaan.

Hij heeft veel van Lloyd-Jones geleerd op dit punt: ‘Lloyd-Jones noemt de man ‘teamleider’. Hij dient in de relatie met zijn vrouw en in de kerk zijn verantwoordelijkheid, het voortouw te nemen. Dat vraagt van de vrouw zelfverloochening, maar van de man nog meer. Hij is geroepen zijn vrouw en de gemeente te dienen, daarin bereid te zijn zichzelf op te offeren. Het gaat dus om heel wat anders dan de baas blijven of macht behouden.’

Ik ben heel blij met deze visie. Het is dezelfde visie als John Piper heeft. Piper heeft hierover (samen met anderen) veel waardevolle dingen geschreven. Ook heeft hij een serie preken gehouden over de verhouding tussen man en vrouw, waarbij hij naast de verhoudingen in het huwelijk ook aandacht gaf aan de verhoudingen in de kerk. Ik heb Piper ook op dit punt leren kennen als een betrouwbare gids.

Ik hoop in de nabije toekomst nog eens wat meer te schrijven over dit onderwerp en de visie van Piper en Schreuder te onderbouwen vanuit de Bijbel.

Revisie NBV (3)

In de vorige twee posts onder de titel Revisie NBV gaf ik aan dat ik, met Ad de Bruijne, van mening ben dat een revisie van de NBV noodzakelijk is. Hieronder laat ik aan de hand van een aantal teksten zien waarom ik dat vind.

Hieronder begin ik steeds met de weergave van de tekst in de NBV, en vergelijk die met een andere vertaling, die nauwkeuriger is. Ik gebruik daarbij de volgende opmaak:

Als er iets (onnodig) wordt toegevoegd in de NBV dan wordt dit vet en cursief getoond.
Is er iets weggelaten in de NBV dan laat ik dit zien door in de andere vertaling dit gedeelte vet en blauw te laten zien.
Is een gedeelte in de NBV onnauwkeurig dan toon ik dit vet en rood. In de andere vertaling laat ik hetzelfde, maar nauwkeuriger, gedeelte zien als vet en groen.

Genesis 2:23

NBV
Toen riep de mens uit:
‘Eindelijk een gelijk aan mij,
mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees,
een die zal heten: vrouw,
een uit een man gebouwd.’

WV95
Toen zei de mens:
‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente
en vlees van mijn vlees!
Mannin zal zij heten,
want uit een man is zij genomen.’

Commentaar
De woorden ‘een gelijk aan mij’ komen niet voor in de grondtekst. Verder ontbreekt het woordje ‘omdat’ of ‘want’ om duidelijk te maken waarom zij ‘vrouw’ zal heten.

Revisie voorstel
Wil deze tekst dichter bij de grondtekst komen, dan moet de hele tekst anders opgebouwd worden. Ik vind de Willibrordvertaling een mooie vertaling bieden. Prima Nederlands, en toch nauwkeurig. Mijn voorstel baseert zich dan ook op die vertaling:

Toen riep de mens uit:
‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente,
en vlees van mijn vlees!
“Vrouw” zal zij heten,
omdat zij uit een man genomen is.’

Genesis 3:15

NBV
Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw,
tussen jouw nageslacht en het hare,
zij verbrijzelen je kop,
jij bijt hen in de hiel.

HSV
En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw,
en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;
Dat zal bij u de kop vermorzelen,
en u zult Het de hiel vermorzelen.

Commentaar
De NBV verwijst in de derde en vierde zin naar het nageslacht van de vrouw door de woordjes ‘zij’ en ‘hen’. De grondtekst heeft hier echter een enkelvoud. De vertaalkeuze van de NBV maakt het lastiger in de tekst een verwijzing naar Christus te zien: hét nageslacht van de vrouw. Als Paulus in Galaten 3:16 zich druk maakt over het verschil tussen het enkelvoud en het meervoud van een woord, dan geeft dat aan dat een vertaling een enkelvoud in de grondtekst ook als enkelvoud in het Nederlands moet weergeven.

Revisie voorstel
Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw,
tussen jouw nageslacht en het hare;
dát nageslacht verbrijzelt je kop,
jij bijt het in de hiel.

Matteüs 13:44

NBV
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.

WV95
Het gaat met het koninkrijk der hemelen als met een schat, in de akker verborgen. Toen iemand hem vond, verborg hij hem, en van blijdschap ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht hij die akker.

Commentaar
In de NBV wordt niet duidelijk of de man de akker ook daadwerkelijk kocht. Hij was blij en nam het besluit ertoe, maar we lezen niet of hij het ook daadwerkelijk deed. Andere vertalingen laten zien dat hij dat wel deed. Het bleef niet bij een besluit. Die man kocht die akker daadwerkelijk.
Voor vers 46 geldt hetzelfde als voor vers 44.

Revisie voorstel
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde ging hij alles verkopen wat hij had en kocht hij die akker.

Romeinen 3:19

NBV
Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt alleen tot degenen spreekt die aan de wet zijn onderworpen. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God.

NBG1951
Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hén spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God, …

Commentaar

  1. Het woordje ‘alleen’ staat niet in de grondtekst. Echter, door dit woord lijkt de tekst in tegenspraak met vers 9 en volgende, waar Paulus niet alleen Joden maar ook de andere volken beschuldigd dat zij onder de zonde zijn, en dat vervolgens laat zien vanuit het Oude Testament. In de NBV lijkt het alsof Paulus in vers 19 zegt dat wat hij in vers 10-18 schreef alleen op de Joden van toepassing is. Maar dat is Paulus’ punt niet. Paulus wil laten zien dat dat alles juist voor de Joden geldt. Hij perkt de reikwijdte van het OT niet in, maar laat zien dat de Joden, die in tegenstelling tot de andere volken Gods woord hebben ontvangen, net zo schuldig staan als die andere volken.
  2. De NBV is hier de enige vertaling die de tweede helft van vers 19 met ‘maar’ laat beginnen, in plaats van met ‘opdat’, ‘zodat’, of ‘zo’. Dit zal in verband staan met het woordje ‘alleen’ in de eerste helft van vers 19. Het is alsof Paulus in de NBV zegt: ‘hoewel de wet alleen spreekt tot de Joden, wordt toch ieder het zwijgen opgelegd.’ Maar zo is niet te zien hoe de eerste helft van het vers leidt tot de tweede helft. Er zijn enkele verklaringen voor wat Paulus hier werkelijk schrijft:
    1. Het ‘opdat’ van 3:19 verwijst naar de eerste helft van vers 19. Paulus bedoelt dan: ‘De wet spreekt juist tot de Joden en omdat ik heb al eerder laten zien dat de heidenen schuldig staan (1:18 en verder) wordt dus ieder mens (en niet alleen alleen de heidenen) het zwijgen opgelegd.’ Om deze gedachte te begrijpen moeten we beginnen vanaf 3:1, waar we lezen dat de Joden bevoorrecht zijn ten opzichte van de andere volken. God heeft hun zijn woorden toevertrouwd, in de wet, de thora. Maar Paulus laat ook duidelijk zien in de tussenliggende verzen dat die wet de Joden (en de heidenen) veroordeeld. Dus ook al waren ze bevoorrecht, het baatte hun niet. Als hun bevoorrechte positie niet voldoende is om recht te staan tegenover God, hoe zouden de andere volken dan ooit recht kunnen staan tegenover God?
    2. Het ‘opdat’ van 3:19 verwijst naar het geheel vanaf Romeinen 1:18 tot 3:19. Het is dan goed om met ‘zo’ of ‘op deze wijze’ te vertalen.
    3. Deze lijnen zijn in de NBV moeilijk of niet te herkennen vanuit vers 19.

Revisie voorstel
Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt tot hen spreekt die aan de wet zijn onderworpen, zodat uiteindelijk iéder mens het zwijgen wordt opgelegd en de hele wereld schuldig voor God staat.

Romeinen 8:28-30

NBV
28 En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede. 29 Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. 30 Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.

HSV
28 En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn. 29 Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. 30 En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.

Commentaar

  1. In vers 29 ontbreekt in de NBV het woordje ‘want’. Door dit woordje weg te laten (dit gebeurt vaker in de NBV, bijv. in de Psalmen), komt niet goed uit dat Paulus hier met vers 29 een argument introduceert, waarmee hij een fundament, een basis, legt onder de schitterende belofte van vers 28. Alle andere Nederlandse vertalingen, met uitzondering van Het Boek, geven dit woordje wel weer, waardoor de redenering van Paulus – en daarmee het verband tussen vers 28 en 29 – zichtbaar wordt.
  2. Terwijl de NBV in vers 30 telkens ‘ook’ vertaald, doet de NBV dit niet in het laatste stukje van het vers. Ineens staat er ‘nu al’ in plaats van ‘ook’. In het Grieks staat er echter ‘ook’, net als de voorgaande keren in vers 30.

Revisie voorstel
28 En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles meewerkt aan het goede. 29 Want wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. 30 Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij ook laten delen in zijn luister.

Efeze 6:17

NBV
Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden.

WV95
Draag ook de helm van de redding en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen, het woord van God.

Commentaar
De NBV zegt hier dat we als zwaard de Geest moeten dragen. Het is hier dus niet langer het zwáard van de Geest, maar de Geest zélf die wij moeten hanteren. Verwarrend is ook dat vervolgens de Geest wordt gelijkgesteld aan Gods woorden. Terwijl uit andere vertalingen duidelijk wordt dat Gods wóord het zwaard van de Geest is. Een alternatieve vertaling zou kunnen zijn: het Geestes-zwaard.
Verder heeft de NBV het over ‘Gods woorden’, maar in het Grieks staat er een enkelvoud: ‘woord’.

Revisie voorstel
Draag de helm van de verlossing en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen Gods woord.

Hebreeën 3:14

NBV
Want alleen als we tot het einde toe resoluut vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen, blijven we deelgenoten van Christus.

NBG1951
want wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden.

Commentaar
De redenering van dit vers in de NBV is als volgt: ‘we blijven deelgenoten van Christus als we tot het einde toe vasthouden aan …, etc.’. Volgens de grondtekst en vrijwel alle andere vertalingen is de redenering echter als volgt: ‘we zijn aan Christus deelachtig geworden mits we …’, of: ‘we hebben aan Christus deel gekregen mits we …’.

Kort gezegd stelt de NBV: ‘We blijven A als we B blijven doen.’
De grondtekst stelt echter: ‘We zijn A geworden als we B blijven doen.’ Oftewel: ‘als we B blijven doen, dan blijkt dat we A zijn geworden.’

Dit heeft grote gevolgen: volgens de NBV kan iemand op een bepaald moment deelgenoot van Christus zijn, maar dat later verliezen als hij niet tot het einde toe resoluut vasthoudt aan zijn aanvankelijk vertrouwen. Volgens de grondtekst echter is zo iemand nooit echt deelgenoot van Christus geworden. Het vasthouden is volgens de grondtekst een kenmerk van hen die werkelijk deel hebben gekregen aan Christus en niet een grond voor het deel blijven hebben aan Christus.

Revisie voorstel
Want we zijn deelgenoten van Christus geworden, als we tenminste tot het einde toe resoluut vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen.

Conclusie

Ik heb hier zeven voorbeelden gegeven uit verschillende delen van de Bijbel. Er zijn nog veel meer teksten die onnodige toevoegingen bevatten, of waarin bepaalde woorden (zoals ‘want’ en ‘omdat’) zijn weggelaten, of die niet zo nauwkeurig zijn.
Nu is het zo dat niet alle onnauwkeurigheden even zwaar wegen. Maar het valt me wel op dat de meeste voorbeelden met weinig moeite nauwkeuriger hadden kunnen zijn, zonder in te leveren op verstaanbaar en duidelijk Nederlands.

Revisie NBV (2)

In mijn vorige post haalde ik Ad de Bruijne aan die schreef over de noodzaak van een revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling. Ook schreef hij dat hij het vreemd vond dat de GKv de NBV zo snel aanvaard heeft.

Ik ben het op beide punten met De Bruijne eens. Ik heb me in 2005 verbaasd over de snelheid en het gemak waarmee de NBV werd ‘omhelsd’ door de GKv. Ik herinner me dat kritiek daarop, vrij gemakkelijk van tafel werd geschoven. Een artikel van dr. G. van den Brink en ds. A. van der Sloot in het ND met de titel Vrijgemaakten aanvaarden NBV te snel, werd kort daarop beantwoord door drs. M.E.H. Kuijper-Versteegh, lid van Deputaten Bijbelvertaling in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Zij schreef dat het besluit om te komen tot aanvaarding van de NBV een voortraject heeft gekend van 25 jaar. ‘Geen enkel ander kerkgenootschap heeft zo’n betrokkenheid getoond bij het ontstaan van de NBV, en zo actief geanticipeerd op de verschijning ervan.’

Prima, zeg ik dan, maar betrokkenheid en actief anticiperen zou geen rol moeten spelen bij het uiteindelijke besluit tot aanvaarding. Het gaat uiteindelijk om de vertaling, niet om hoe die vertaling tot stand is gekomen. Het kan immers heel goed zijn dat, ondanks grote betrokkenheid, het resultaat tegenvalt. Ik kreeg bij het lezen van het artikel van Kuijper sterk de indruk dat we als GKv eigenlijk geen ‘nee’ meer konden (of mochten) zeggen tegen de NBV.

Ook bij de synode van 2008 waren er bezwaren. Maar, zoals de Bruijne al schreef: er werd doorverwezen naar de komende revisie. De komende revisie moet het dus allemaal oplossen. Ik ben het helemaal met De Bruijne eens dat er een revisie moet komen. Echter… Ik vraag me af of die revisie grondig genoeg zal zijn.

In een artikel in het ND van dit 22 april dit jaar, dat gaat over de aanvaarding van de NBV in de PKN, staat namelijk dit te lezen: ‘Probleem is dat het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG), uitgever van de NBV, heeft aangegeven dat er geen sprake zal zijn van een grondige revisie. De bedoeling is in 2016 een herziene versie van de NBV uit te geven waarin kleine fouten zijn hersteld’ (cursivering door mij). Alleen kleine fouten zullen dus worden hersteld.

Nu zijn er in 2007 ook al kleine wijzigingen doorgevoerd in de NBV. Bijv. in Romeinen 7:25. Daar stond in 2004:

God zij gedankt, door Jezus Christus

Vanaf 2007 staat daar echter:

Dat doet God! Dank aan hem door Jezus Christus

Het lijkt een klein verschil. Maar de versie van 2004 staat dichter bij de grondtekst dan die van 2007. Je kunt dit vers namelijk op meerdere manieren lezen als antwoord op Paulus’ vraag uit vers 24:

Dank aan God! (Ik ben verlost) door Jezus Christus

Of:

Dank aan God wegens wat Jezus Christus gedaan heeft

De NBV kiest voor deze laatste interpretatie. Maar bijv. de StudieBijbel gaat in zijn commentaar bij dit vers uit van de eerste.

Ik zou graag zien dat Romeinen 7:25 weer dichter bij de grondtekst zou komen te staan. En ik hoop dat de revisie wel grondig (genoeg) zal zijn. Maar op dit moment ben ik daar niet zeker van.

Revisie NBV (1)

Ad de Bruijne schreef in De Reformatie van 21 mei een kort hoofdredactioneel over de Nieuwe Bijbelvertaling. Hij stelt daarin: ‘Vreemd eigenlijk dat de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt de Nieuwe Bijbelvertaling in 2005 zo snel hebben ingevoerd. De PKN, toch meestal wat ruimer denkend, kwam pas kort geleden zover. En dat niet na heel wat bezwaren en via een stevige onderlinge discussie.’

De Bruijne is zeker voorstander van een Bijbelvertaling in goed en begrijpelijk Nederlands: ‘Terecht wil de NBV de Bijbeltekst optimaal communiceren in het Nederlands van nu. Een kerk die opereert in een postchristelijke samenleving moet niet anders willen.’

De vraag is echter of dit bij de NBV niet ten koste is gegaan van de betrouwbaarheid en de nauwkeurigheid. De Bruijne: ‘Vaak frons ook ik mijn wenkbrauwen bij de vertaling. Daarin zijn details uit het Grieks of Hebreeuws weggelaten of alvast maar uitgelegd, terwijl dat volgens mij niet nodig was voor eigentijdse communicatie.’

Vervolgens gaat De Bruijne in op de vraag waarom de GKv de NBV dan toch zo snel en probleemloos hebben aanvaard. Hij wijst onder meer op een ‘vooruitstrevend trekje dat sommige gereformeerden vanouds aankleeft’. Maar ook: ‘misschien hangt het ook wel samen met een groeiende neiging om niet meer zo moeilijk te doen. Dat zou riskant zijn.’

Toen de GKv de NBV aanvaardden zijn bezwaren nadrukkelijk doorverwezen naar de komende revisie. En die revisie is volgens De Bruijne echt wel nodig.