Gezegende Kerst

Iedereen een gezegende kerst toegewenst!

rijpGod, die vroeger vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken heeft in de profeten, heeft in het laatst van deze dagen tot ons gesproken in een Zóón, die hij gesteld heeft tot erfgenaam van alles, door wie hij ook de wereld heeft gemaakt, die – daar hij de afstraling van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen is en daar hij alles draagt door het woord van zijn kracht – nadat hij de reiniging van onze zonden door zichzelf tot stand gebracht heeft, is gaan zitten aan de rechterhand van de majesteit in de hoge, zoveel meer verheven geworden dan de engelen als hij een voortreffelijker naam dan zij als erfdeel ontvangen heeft.
Hebreeën 1:1-4 Eigen vertaling

Advertenties

Daniël en het komende Koninkrijk

Krachten van het komende KoninkrijkIk geloof dat het al zo’n anderhalf jaar geleden is dat ik op een rommelmarkt bij ons in de kerk een boekje vond uit 1959 met de titel Krachten van het komende Koninkrijk van ds. I. de Wolff. Toen belandde het in mijn boekenkast, en van lezen was het nog niet gekomen, totdat ik het een tijdje geleden weer tegen kwam en er wat in begon te bladeren. Ondertussen ben ik halverwege. Een bijzonder boekje kan ik wel zeggen.

Het boekje behandelt het Bijbelboek Daniël op zo’n manier dat je helemaal wordt meegenomen naar die tijd. De schrijver geeft prachtige (sfeer-)beschrijvingen van hoe de cultuur, de maatschappij, het hofleven en de diverse godsdiensten er in de dagen van het Babylonische rijk en het rijk van de Meden en de Perzen hebben uitgezien. Tegelijk volgt het boekje het Bijbelboek Daniël op de voet. Bekende verhalen als de drie vrienden van Daniël – Sadrach, Mesach en Abednego – in de brandende oven en Daniël in de leeuwenkuil komen zo weer in een nieuw, helder licht te staan. Het is alsof je er bij bent. De taal van de schrijver, ds. I. de Wolff, draagt daar zeker aan bij. Beoordeel zelf maar eens:

Toen in die vreselijke nacht van de laatste oktober de orgiën op de zuidelijke burcht hun einde vonden in de dood van Belsazar, z’n statiedames en heel de upper-ten van het stervende rijk, betekende dit tevens de bezegeling van het lot der stad.
Toch doemde ze bij de ochtendschemering als elke morgen weer op uit de donkerte van de nacht en toen Sarpanit zich in haar glanzend kleed van het morgenrood aan de op-lichtende hemel boven het aloude land van Soemeer vertoonde, trad haar de ontwaakte stad, onkundig van het bloed harer verslagenen, tegemoet in de vrolijke kleurenpracht van haar vorstelijk gewaad met rose bloemen en zilverglinsterende spranken, omzoomd door het diepe blauw van de Eufraat en het groene oeverlint der palmentuinen, terwijl de buitenste muren als een dubbele gele band haar omgordden.
Opkringelende rook van vele althaarhaarden vertolkte weldra de devote hulde aan de nieuwe dag. In de dichtbevolkte kwartieren van de miljoenenstad was het dagelijkse leven weer op gang gekomen. Een stroom van arbeidsslaven vloeide de leemgroeve en steenbakkerijen binnen onder hetzelfde lot van zware dienst als elke dag, en indien al nachtelijk krijgsrumoer uit de verre burcht in de binnenstad was doorgedrongen, liet het hen toch onverschillig nu de wisseling van dynastie geen wezenlijke veranderingen in hun leven had aangebracht.

Zo begint dus hoofdstuk 6, De muilen der leeuwen toegestopt, (blz. 73). Deze eerste alinea’s sluiten aan bij het slot van Daniël 5 waar in vers 30 wordt gezegd: ‘In diezelfde nacht werd Belsazar, de koning van de Chaldeeën, gedood.’

Mijn beeld hierbij is altijd geweest dat Babel heel plots werd overvallen, maar het blijkt dus maar een klein stukje van de stad te zijn geweest, namelijk een grote burcht, waar Belsazar zich groot hield. De rest van de stad was al in handen van de Meden en de Perzen. Voor de meeste mensen in die miljoenenstad was er dus niets veranderd. Men dacht dat de stad Babel ondanks de wisseling van de wacht, gewoon het welvarende economische centrum van de toenmalig wereld zou blijven. Toch was er wel degelijk wat veranderd, zo verhaalt ds. I. de Wolff. Een bladzijde verder schrijft hij namelijk:

Nog binnen twee jaar zou de stad van haar króón worden beroofd en als een buitengewest bij Perzië ingelijfd, en eer er twee decenniën zouden verstreken zijn ook van haar krácht doordat haar muren werden afgebroken. Zij die zich de koningin der ganse aarde waande, zou in een langdurig stervensproces wegkwijnen, haar doodstrijd voeren, – en Godzelf heeft haar stoffelijk overschot begraven onder het zand, dat Zijn woestijnwinden hebben aangevoerd.

De Wolff trekt regelmatig dit soort constateringen door naar de toekomst als eens het grote Babylon zal vallen (zie bijv. Openbaring 18) en het Koninkrijk van God zal komen, een Koninkrijk dat voor eeuwig zal standhouden. Dat vind ik het mooie van dit boekje: het geeft een schitterende blik in het verleden, maar met het doel om je te laten uitzien naar een stralende toekomst, die zeker komt. God had door de profeten al laten aankondigen dat Babel zou vallen (zie bijv. Jeremia 50 en 51) en het is ook echt gebeurd. Gods woord is betrouwbaar. Dat belooft (letterlijk) wat voor de toekomst!

Tijd voor een nieuwe layout

weblog_van_corne_koelewijnIk vond het tijd voor een nieuwe layout, of thema zoals WordPress het noemt. The Journalist heet het. Strak, eenvoudig en een duidelijk lettertype. Veel (hernieuwd?) leesplezier!