Vakantie

Vanaf begin augustus hopen we met ons gezin lekker drie weken vakantie te houden ergens op een camping in Zuid-Limburg. In verband daarmee houd ik ook vakantie op deze blog. Ik hoop in september de draad weer op te pakken. Iedereen Gods zegen en een goede tijd toegewenst!

Advertenties

Tim Keller

Gisteren las ik in het Nederlands Dagblad een artikel van Aad Kamsteeg over het boek The Reason for God van Tim Keller. Dat boek staat op nummer zeven op de non-fiction lijst van New York Times Bestsellers. Het boek is een zgn. apologetisch boek, dat wil zeggen: het is een verdeding van het christelijk geloof. Wat is nu het geheim achter dit boek? Hoe kan het dat dit boek zo in de belangstelling staat? Aad Kamsteeg wijst op de persoon van Tim Keller en noemt 5 dingen:

  1. Keller preekt en schrijft voor zowel gelovigen als sceptici.
  2. Keller heeft bijna twintig jaar ervaring met overwegend twijfelende, sceptische en soms agressief seculiere New Yorkers en neemt hun onzekerheden en vragen serieus.
  3. Keller verdiept zich in het leven van de mensen die hij wil bereiken. Hij leest recensies van boeken die invloed hebben, bekijkt films die een miljoenenpubliek trekken, praat met zijn buren over hun zekerheden en twijfels. En (s)preekt vervolgens in termen die voor gelovigen en zoekers beiden te begrijpen zijn.
  4. Keller is in staat te laten zien dat het evangelie van Jezus Christus méér dan wie of wat ook inspeelt op levensvragen die elk mens – gelovigen én sceptici – heeft.
  5. Kellers theologie en levenspraktijk trekken samen op.

Belangrijke principes! Ik ben erg benieuwd naar dat boek. Volgens het artikel in het ND verschijnt het binnenkort ook in het Nederlands onder de titel In alle redelijkheid – christelijk geloof voor welwillende sceptici. Als je benieuwd bent naar Tim Keller: op internet zijn bij YouTube onder ‘Tim Keller‘ verschillende spreekbeurten van de auteur voor gelovigen en sceptici te zien en te beluisteren. Verder zijn hier een aantal vertaalde preken van Tim Keller te vinden.

God is het Goede Nieuws – citaten uit de inleiding

Ik had in mijn vorige post beloofd wat citaten te geven uit het boek God is het Goede Nieuws van John Piper. Vandaag wil ik wat citeren uit de inleiding. Daarin stelt Piper best confronterende vragen, die je even op je moet laten inwerken:

Wie ten volle gericht is op de God van de Bijbel en echt gelooft in het Evangelie, kan de proef op de som nemen: voel je je geliefd, omdat je in aanzien staat bij God of omdat Hij jou ten koste van Zijn Zoon de kracht geeft om Hem hoog in aanzien te stellen? Ben je gelukkig omdat het kruis van Christus van jouw grootheid getuigt of omdat je daardoor voor altijd van Gods grootheid mag genieten? Is Gods heerlijkheid het fundament van je blijdschap?

Dit zijn vragen om eens goed bij stil te staan. Ik vond ze geweldig ontdekkend en eerlijk gezegd ben ik niet zo blij met wat ik daarbij voel. Want als ik diep in mijn hart kijk, dan kom ik daar een deel van mezelf tegen dat door God geliefd wil worden om wie ik van mezelf ben. En dat deel van mezelf wil door God gewaardeerd worden om wat ik kan. Ergens is het niet vreemd dat ik dit bij mezelf opmerk. John Piper zegt daarover namelijk:

Het trieste is dat kerk en cultuur doortrokken zijn van ideeën over liefde waarin de mens het stralende middelpunt is. Wij leren onze kinderen van het moment dat ze kunnen lopen dat liefde hetzelfde is als aanzien. Deze opvatting van liefde vormt de basis van allerlei pedagogische filosofieën: lesmethoden, opvoedingstechnieken, therapieën en verkoopstrategieën. De meeste moderne mensen zijn nauwelijks in staat om liefde te onderscheiden van aanzien. Als ik niet bij jou in aanzien sta, dan houd je niet van mij.

Een bladzijde verder schrijft hij:

Wij maken een grote fout wanneer we geloven dat geluk hetzelfde is als aanzien. Bevesting voelt zo goed. Maar dat goede gevoel komt uiteindelijk voort uit eigendunk en niet uit Gods grootheid. Deze weg naar geluk is een illusie. En daarvoor zijn aanwijzingen genoeg. In ieder mensenhart zijn aanwijzingen, zelfs voordat iemand zich bekeert. Een van die aanwijzingen is dat geen mens naar de Grand Canyon of naar de Alpen gaat om zijn eigen aanzien te vergroten. Bij het zien van zulke geweldigen diepten en majestueuze hoogten gebeurt er iets heel anders. En toch gaan we erheen en worden we er blij van. (…) Op die wonderlijke momenten van verlichting klinkt er een getuigenis op in ons hart: geestelijke gezondheid en groot geluk krijgt je niet door naar de je eigen grootheid te kijken, maar door oog te krijgen voor een veel grotere glans.

Die glans vinden we in het Evangelie. 2 Korinthe 4:4 en 6 spreken over ‘de lichtglans van het evangelie van de heerlijkheid van Christus’. Uiteindelijk gaat het om Hem. Ik dank God, dat Hij mij de ogen heeft geopend voor die lichtglans, want naast dat ene deel van mezelf waar ik het net over had, kom ik in mijn hart ook een ander deel van mezelf tegen. Dat deel van mij stemt er volledig mee in dat het niet om mij gaat, maar om God en wat Hij voor mij en aan mij deed en doet.