Luisterboek De Bergrede van Lloyd-Jones

Op cip.nl kun je het schitterende boek De Bergrede van Lloyd-Jones beluisteren of downloaden als luisterboek. Dat laatste doe je eenvoudig als volgt: klik rechts op een link naar een hoofdstuk, kies dan Opslaan als … in het menu wat dan verschijnt en zet het bestand ergens neer op je harde schijf.
Vervolgens kun je de MP3 bestanden kopiëren naar je MP3/MP4 speler en naar dit boek luisteren waar en wanneer je maar wilt. Zelf brand ik er telkens 2 op een CD-RW om die vervolgens in de auto te beluisteren tijdens het ritje van en naar het werk.

Elk hoofdstuk van De Bergrede is feitelijk een preek uit een prekenserie die Lloyd-Jones halverwege de 20e eeuw hield. Hoewel hier en daar verwezen wordt naar gebeurtenissen uit die tijd, zijn de preken nog hoogst actueel.

Voor meer informatie over dit boek, zie bijv. deze recensie.

Geplaatst in boeken | Tags: , | 1 reactie

Verlangen naar volmaaktheid

Jezus zegt in de Bergrede: ‘Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden’ (Mat. 5:4). Martyn Lloyd-Jones legt in zijn magistrale boek over de Bergrede uit dat het treuren waar het hier over gaat, ook treuren is over de zonde die wij nog doen. En dat treuren doet ons verlangen naar volmaaktheid.

In een prachtig gedicht van John Piper (hieronder afgedrukt), dat hij tijdens zijn periode van rust heeft geschreven, komt dit ook naar voren. Hij werd zich ervan bewust dat hij met zijn zonden en gebreken niet alleen God oneer aandoet. Maar hij besefte ook dat hij met heel concrete zonden de Heilige Geest bedroeft. En dat besef was pijnlijk.

Paulus schrijft in Efeze 4:30-32: ‘En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing.’ En dan verbindt Paulus dat met deze zonden: ‘Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid, maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.’

Wie heeft er nooit last van bitterheid, woede, en toorn? Wie verheft nooit eens ten onrechte zijn stem? Maar dit zijn dingen die de Heilige Geest bedroeven. Dit moet ons vervullen met verdriet. ‘Zalig zijn zij die treuren.’ Daar moet het echter niet bij blijven. Dit treuren vervult ons, als het goed is, ook met verlangen naar volmaaktheid. Eens breekt de dag aan dat we volmaakt zullen zijn! Géén zonden meer! Dan wordt het ‘want zij zullen vertroost worden’ ten volle werkelijkheid. De Heilige Geest, onze Trooster, zal dan nooit meer door onze zonden bedroefd worden!

Hier volgt het gedicht van John Piper.

Doubly Relieved

My patient Comforter, my God,
   My Life, my Breath, my holy Zeal,
My soul is doubly sorrowful:
   That I still sin against your Seal,

And sinning cause my Sovereign grief.
   I know it is your holy way
To make your grief serve perfect joy,
   But I still pray, O bring the day

When, in the twinkling of an eye,
   My soul will doubly be relieved:
I will not ever sin again,
   And you will nevermore be grieved.

Geplaatst in inwonende zonde, zonde | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Vrijspraak en adoptie

Ook Arjan Gelderblom heeft een aantal posts geschreven over waarom we nog bidden om vergeving van zonden en schuld, als God ons als onschuldig ziet. Hij citeert Packer die onderscheid maakt tussen God als Rechter die ons heeft vrijgesproken en God als Vader die ons heeft aangenomen tot zijn kinderen. Als wij met het Onze Vader bidden om vergeving van onze schulden, dan bidden we dat als gerechtvaardigde zondaar en als aangenomen kind van God. Die positie raken we niet meer kwijt. Tegelijk zorgen onze dagelijkse gebreken ervoor dat het niet goed zit in de relatie tussen ons en onze Vader. Arjan schrijft:

Ik ben geaccepteerd in Christus. Ik kan niets toevoegen aan én niets afdoen van mijn identiteit als kind van God. En tegelijk zondig ik als geadopteerd kind. Voor die zonden bid ik ‘vergeef ons onze schulden’. Deze bede bidden we dus niet om zo weer hersteld te worden in ons kind-zijn van God. De bede ‘vergeef ons onze schulden’ bid je juist als aangenomen kind van God. In de Vader-kind relatie gaat er (vanuit de mens gezien) het nodige fout (zonden) en daarom zeggen we ‘sorry’ tegen Vader.

Hier de links naar de posts van Arjan:

Geplaatst in aanneming tot kinderen, redding | Tags: , , , , , | 1 reactie

De subjectieve kant van schuldvergeving

In mijn post Waarom nog schuld belijden? heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat er verschil is tussen de objectieve en de subjectieve kant van schuldvergeving. In deze post ga ik daar nog wat verder op in en dan met name op die subjectieve kant.

John Stott schrijft in zijn boek Het kruis van Christus op blz. 106: ‘Als de mens gezondigd heeft (en dat heeft hij) en als hij verantwoordelijk is voor zijn zonden (en dat is hij), dan staat hij schuldig tegenover God. Schuld is het logische vervolg van de vooronderstelling van zonde en verantwoordelijkheid.’ Objectief gezien staat iedereen schuldig voor God, omdat iedereen gezondigd heeft (Rom. 3:19,23). Schuldig staan betekent dat je – terecht – Gods straf verdiend hebt. God heeft echter een manier gevonden waardoor Hij mensen toch rechtvaardig kan verklaren (Rom. 3:25-26). Dat gebeurt zodra er bij iemand sprake is van waar geloof in Christus. Vanaf dat moment ziet God zo iemand als onschuldig.

Deze objectieve werkelijkheid is een gegeven en heeft daarmee een statisch karakter: zo is het. Maar er is ook een subjectieve kant. Daar bedoel ik ons geloofsleven mee, de vertrouwelijke omgang met de Here. Dat is dynamisch van karakter. Een christen kent in de praktijk van zijn leven momenten van terugval, van struikelen. Hij zal beseffen dat hij verantwoordelijk is voor zijn zonden en dat hij daarom schuldig is. Hij zal ervaren dat zijn zonden, zijn tekortschieten in de liefde, een afstand schept tussen hem en God. Er komt iets tussen God en hem in te staan. Maar een christen zal daar geen vrede mee hebben. Hij zal Gods aangezicht zoeken, berouw tonen, zijn zonden en schuld belijden en vergeving vragen. Als hij dit oprecht heeft gedaan, mag hij er ook weer van verzekerd zijn dat God hem ondanks zijn fouten als rechtvaardige blijft zien.

Dit betekent niet dat hij telkens weer bij ‘nul’ begint. Het betekent ook niet dat het belijden van schuld en het vragen om vergeving de grond is op basis waarvan het weer goed wordt met de Vader, want die grond is Christus’ werk. Het is wel de weg waarlangs dit gebeurt.

Ik vond op internet in een preek over Zondag 51 een passage waarin op deze subjectieve kant wordt ingegaan. Het is een preek van wijlen ds. Houtman van de Geref. Gemeenten. De taal is wat ouderwets, het is wat je een bevindelijk-schriftuurlijke preek kunt noemen, en volgens mij is de preek ook opgeschreven op basis van een geluidsopname, maar het geeft wel woorden aan wat ik bedoel:

Het kan ook niet, dat je zeggen zou: nu ja, mijn zonden zijn eenmaal vergeven en wat God vergeven heeft, dat vergeeft Hij voor eeuwig, dus ik hoef niet meer te bidden: Vader in de hemel, vergeef mij mijn schulden, want ik weet dat ik een “gerechtvaardigde” ben door God.
Ach, als u zo zou spreken, dan zou u daarmee openbaren de praktijk van het nieuwe leven niet te kennen. Want, hoewel het zeker waar is, dat, wanneer we eenmaal dat geloof hebben mogen beoefenen en Christus als onze Zaligmaker hebben mogen zien, Die in onze plaats aan het recht van God genoeg deed, dan zal God Zijn genade nooit verbreken en dan zal Hij Zijn Heilige Geest nooit meer van ons wegnemen, maar zou ons dat beletten om telkens weer opnieuw, als we gezondigd hebben, als de band gerekt is, als het gevoel van Gods genade zo verdonkerd is, zou ons dat beletten om opnieuw te bidden: Vader, maak het weer goed?
(…)
Als we enkel rationeel zouden weten, dat God onze schuld heeft vergeven en we gerechtvaardigd zijn door het bloed van Christus en we mochten nooit meer Gods vriendelijk aangezicht zien, we zouden sterven van verdriet. Want de verbergingen van Gods aangezicht zijn bitterder dan de dood, zegt onze belijdenis. Dat is de praktijk van de godzaligheid en daarom bidden wij gedurig of de Heere de toepassing van dat heil dat we in Christus hebben, telkens en telkens aan onze ziel vernieuwen en verlevendigen wil.

Ds. Houtman heeft het over de ‘praktijk van de godzaligheid’ en ‘de toepassing van [het] heil dat we in Christus hebben’. Dat is wat ik bedoel met de subjectieve kant. Verder haalt hij een zinsnede aan uit de Dordtse Leerregels H. 5, art. 13. Ik zou willen zeggen: lees dat hele hoofdstuk maar eens rustig door. Op een mooie en bevindelijke manier (in de goede zin van het woord) gaat het daar over de praktijk van de omgang met onze Vader.

Geplaatst in redding, toeëigening van het heil | Tags: , , , | 1 reactie

Lloyd-Jones over genade en werken

“U kent natuurlijk het oude geschil wel tussen de genade en de werken. Sommigen zeggen dat het ene alleen belangrijk is, andere zeggen hetzelfde van het andere. De Bijbel leert dat beide opvattingen verkeerd zijn: Genade die zich toont door de werken, dat is het kenmerk van de ware christen. (…) ‘Het heeft geen zin ‘Heere, Heere’ te zeggen als u niet de dingen doet die Ik u gebied’, zegt Christus in feite. Het komt hierop neer dat, tenzij mijn leven een rechtvaardig leven is, ik wel heel goed na moet denken voor ik beweer dat ik door de genade Gods in Jezus Christus bewaard wordt. Want het ontvangen van de genade Gods in Jezus Christus betekent niet alleen dat mijn zonden vergeven zijn vanwege Zijn dood voor mij aan het kruis op Golgotha, maar ook dat ik een nieuw leven en een nieuwe natuur ontvangen heb. Het betekent dat Christus in mij gestalte krijgt, dat ik deelgenoot ben geworden van Zijn Goddelijke natuur, dat de oude dingen zijn voorbijgegaan en alle dingen nieuw zijn geworden. Het betekent dat Christus in mij woont en dat de Geest Gods in mij is. De mens die is wedergeboren, en die de Goddelijke natuur in zich draagt, is iemand die rechtvaardig is, en zijn rechtvaardigheid is overvloediger dan die der schriftgeleerden en Farizeeën. Die mens leeft niet langer voor het eigen ik en zijn eigen verworvenheden; hij is niet langer vol eigendunk en zelfvoldaanheid. Hij is arm van geest geworden, en zachtmoedig, en barmhartig; hij hongert en dorst naar de gerechtigheid; hij is vreedzaam geworden. Zijn hart wordt gereinigd. Hij heeft God lief, ja, helaas op onvolkomen wijze, maar toch heeft hij Hem lief en verlangt hij naar Zijn eer en heerlijkheid. Zijn verlangen is God te verheerlijken en Zijn wet te eren, na te leven en te volbrengen. Voor zo iemand zijn Gods geboden ‘niet zwaar’. Hij wil die geboden naleven want hij heeft ze lief. Hij leeft niet langer in vijandschap tegen God; maar hij ziet nu de heiligheid der wet en er is niets dat hem zo aanspreekt als deze wet na te leven en haar in zijn dagelijks leven uit te beelden. Het is een gerechtigheid die veel meer overvloedig is dan die der schriftgeleerden en Farizeeën.”

Dr. D. Martyn Lloyd-Jones in De Bergrede, blz. 210-211, hfdst. 19, Gerechtigheid overvloediger dan die der schriftgeleerden en Farizeeën
Geplaatst in boeken | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

God is liefde en God is God

De Bijbel leert ons dat God liefde is (1 Johannes 4:8,16), en dat God God is (Jesaja 45:22, 46:9). In de waarheid dat God God is gaat het om God zoals Hij is in al zijn heerlijke kenmerken en zelfgenoegzaamheid. Maar in de waarheid dat God liefde is, gaat het erom dat al deze heerlijkheid op ons af komt met als doel dat wij er eeuwig van zullen genieten.

Deze twee waarheden veroorzaken, door middel van de Bijbel, heel verschillende verlangens:

Dat God liefde is wekt een verlangen op naar eenvoud, en dat God God is wekt een verlangen op naar complexiteit.

Dat God liefde is wekt een verlangen op naar toegankelijkheid, en dat God God is wekt een verlangen op naar diepgang.

Dat God liefde is spoort aan om te focussen op de kern, en dat God God is spoort aan om te focussen op volledigheid. Het eerste zegt: ‘Geloof in de Heer Jezus Christus en u zult worden gered’ (Hand. 16:31). Het tweede zegt: ‘ik heb niet nagelaten u heel het raadsbesluit van God te verkondigen’ (Hand. 20:27).

Dat God liefde is zet ons ertoe aan om ervoor te zorgen dat de waarheid tot alle mensen komt, en dat God God is zet ons ertoe aan om ervoor te zorgen dat wat alle mensen te horen krijgen de waarheid is.

Dat God liefde is wekt een verlangen op naar gemeenschap en omgang, en dat God God is wekt een verlangen op naar studie en wetenschap. Studeren en diep denken betekent veel eenzaamheid. In een groep kun je niet diep nadenken, je kunt wel je gedachten verfijnen in een groep. Maar om diep denkwerk te verrichten moet je alleen zijn. Er is dus sprake van een zekere spanning tussen gemeenschap en omgang enerzijds en studeren en wetenschap anderzijds.

Dat God liefde is zorgt voor extraverte mensen en evangelisten, en dat God God is zorgt voor introverte mensen en mystici.

Dat God liefde is bevordert een eenvoudige sfeer voor alle lagen van de bevolking (folk ethos), dat God God is bevordert een verfijnde sfeer (fine ethos). De ene sfeer of stemming verheugt zich in de nabijheid van God en zingt zachtjes:

Lord, You are more precious than silver.
Lord, You are more costly than gold.
Lord, You are more beautiful than diamonds,
Nothing I desire compares with You.

(“More Precious than Silver,” Lynn DeShazo, 1982, Integrity’s Hosanna! Music.)

En de andere sfeer en stemming verheugt zich in de trancedente majesteit van God en zingt met een diepgaande opgetogenheid:

Far, far above thy thought
His counsel shall appear,
When fully He the work hath wrought
That caused thy needless fear.
Leave to his sovereign will
To choose and to command:
With wonder filled, thou then shalt own
How wise, how strong His hand.

(“Give to the Winds Thy Fears,” Paul Gerhardt, 1653.)

(Uit een preek van John Piper over Romeinen 3:1-8, met als titel Waarom God moeilijke teksten heeft geïnspireerd.)
Geplaatst in kerk, preken | Tags: , | Een reactie plaatsen

Waarom nog schuld belijden?

In 2008 hield John Piper een preek over psalm 51 onder de titel Een verbroken en verslagen hart zal God niet verachten. David maakte die psalm nadat Nathan hem op zijn zonde met Bathseba had gewezen. In zijn preek laat Piper zien hoe een christen op de juiste manier gebukt gaat onder schuld.

Eerst gaat Piper in op hoe ontzagwekkend en verbazingwekkend het is dat God Davids zonde heeft weggenomen (2 Samuel 12:13). David, de man naar Gods hart, is een overspeler, misschien een verkrachter, en een moordenaar! God kan hier toch niet zomaar aan voorbijgaan? Piper wijst dan op Romeinen 3:25 waar staat dat God in vroegere tijden aan de zonden is voorbijgegaan, omdat Christus het zoenmiddel zou worden. Davids geloof in Gods barmhartigheid verenigt hem met Christus. Zo wordt Davids zonde gerekend als die van Christus en Christus’ gerechtigheid wordt gerekend als die van David, en is het rechtvaardig dat God aan zijn zonde voorbijgaat. In Gods ogen is hij onschuldig.

Piper gaat dan verder: ‘Nu is dit de objectieve werkelijkheid van hoe Davids zonde wordt vergeven en hoe hij wordt gerechtvaardigd in de tegenwoordigheid van God. Maar wat Psalm 51 beschrijft is wat David voelde en dacht toen hij zich vastklampte aan Gods barmhartigheid. Sommigen zeggen misschien dat christenen na de dood van Jezus niet op deze manier bidden en schuld belijden. Ze zouden niet op deze manier moeten denken en voelen. Ik denk niet dat dat juist is.

Jezus kocht, voor eens en voor altijd, door zijn leven en dood, onze vergeving en heeft voorzien in onze gerechtigheid. Wij kunnen daar niets aan toevoegen. Wij delen in de vergeving en de gerechtigheid door geloof alleen. Maar in het licht van de heiligheid van God en het kwaad van de zonde, is het gepast dat wij wat Hij voor ons heeft gekocht, door gebed en schuldbelijdenis ons toeëigenen en toepassen. “Geef ons deze dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven hebben” (Mattheüs 6:11-12). Dagelijks bidden om brood, omdat Hij beloofd heeft te voorzien in elke behoefte; dagelijks door gebed de vergeving ons toeëigenen, omdat het volledig gekocht en veilig gesteld is voor ons, door de de dood van Jezus.

Psalm 51 is de manier waarop Gods mensen denken en voelen over de verschrikkingen van hun eigen zonde. Dit is een psalm over hoe je op de juiste manier verbrijzeld moet zijn onder je zonde.’

Lees vooral de hele preek van Piper, om te zien hoe David zijn gedachten en gevoelens uitwerkt in Psalm 51 en hoe wij daar van kunnen leren. Maar voor nu wil ik zeggen: het punt waar het om gaat is wat de ‘toeëigening van het heil’ wordt genoemd. Wat Christus voor ons verdiend heeft, wat wij in Hem hebben – namelijk de vergeving van de zonden -, moet in geloof en gebed en erkennen van zonde en schuld, ons door de Heilige Geest worden toegeëigend, en aan ons worden toegepast.

Ontneem het jezelf dus niet om Gods licht over de lelijkheid, de onreinheid en de verdorvenheid van je zonde te laten schijnen en doe schuldbelijdenis. ‘De offers voor God zijn een gebroken geest’ (Ps. 51:19). Je relatie met Christus wordt erdoor verdiept. En verbaas je erover dat God er alles aan gedaan heeft om jou in Christus als onschuldig te zien.

Geplaatst in redding, toeëigening van het heil | Tags: , , , , | 5 reacties

Ik ben/word nu/zal worden gered

Als het gaat om je redding, je behoud door Jezus, hoe kijk je daar dan tegenaan? Als een gebeurtenis die in het verleden ligt? Of zie je het als iets dat nog staat te gebeuren? (Het gaat me nu niet om de situatie van iemand die er onzeker over is of hij of zij wel gered is, of ooit gered zal worden.) Ik denk dat de meeste christenen hun redding zien als iets dat al heeft plaatsgevonden. En het is ook niet verkeerd om dat zo te zeggen. Alleen vraag ik me wel af hoeveel christenen er zich bewust van zijn dat ze ook in de toekomst nog gered moeten worden.

De Bijbel spreekt namelijk op drie manieren over ons redding (of: behoud, of zaligheid).

  1. Wij zijn gered (Ef. 2:8); het gaat dan om onze rechtvaardiging, denk bijv. aan Rom. 5:1.
  2. Wij worden nu gered (in het Engels: are being saved) (1 Kor. 1:18); het gaat hier om een proces, namelijk onze heiliging.
  3. Wij zullen worden gered (Hand. 15:11); dit betreft onze verheerlijking.

Ik denk dat het goed is om deze dingen te onderscheiden. Bij punt 1 kijken we met dankbaarheid terug. Tegelijk is God nu met ons bezig. Hij is ons aan het heiligen, Hij maakt ons rein en vernieuwt ons van dag tot dag (2 Kor. 4:16). En in de toekomst hoeven we niet te vrezen voor Gods oordeel. Hij gaat ons helemaal volmaakt maken en we zullen volmaakt gelukkig zijn, voor eeuwig.

Geplaatst in redding, volharding | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Piper over de waarde van de Bijbel

In onderstaand (Engelstalig) filmpje gaat John Piper in op de vraag hoe waardevol en belangrijk de Bijbel is.
Met name het stukje over hoe God direct door zijn woord tot je spreekt trof me. Piper liet me weer zien dat je de Bijbel niet kunt en mag benaderen als ieder ander boek. Bijbellezen is omgang met God hebben en zijn stem horen.

Geplaatst in bijbel | Tags: , | Een reactie plaatsen

Jezus de Nazarener

In Mattheüs 2:23 staat dat Jozef met Maria en Jezus in een stad ging wonen die Nazareth heette. Mattheüs voegt er dan aan toe: ‘zodat vervuld werd wat door de profeten gezegd is: dat Hij Nazarener genoemd zal worden.’ Maar waar staat in het Oude Testament dat Jezus Nazarener (of Nazoreeër) genoemd zou worden?

De kanttekeningen in de ESV Study Bible melden het volgende, hier door mij vertaald:

Mattheüs citeert hier niet een specifieke OT profetie, maar hij verwijst naar een algemeen thema in de OT profeten (meervoud). Zo zegt Mattheüs dat de OT profeten hebben voorzegd dat de Messias zou worden veracht (zie Ps. 22:7; Jes. 49:7; 53:3; cf. Dan. 9:26), vergelijkbaar met de manier waarop de stad Nazareth werd veracht in de tijd van Jezus (cf. Joh. 1:47; 7:41,52). Mattheüs kan ook een woordspel bedoeld hebben, door het woord ‘Nazareth’ te verbinden met de OT profetie in Jes. 11:1, aangezien ‘Nazareth’ klinkt als het woord voor ‘loot’ in het Hebreeuws, wat een aanduiding was voor de Messias. ‘Nazarener’ heeft geen duidelijke verbinding met de OT gelofte van een ‘nazireeër’ (Num. 6:2; Richt. 13:5), dat anders wordt gespeld, geen messiaanse betekenis heeft, en niet in verbinding staat met de stad Nazareth.

Geplaatst in bijbelstudie | Tags: , | Een reactie plaatsen