Website Bezinning Man, Vrouw en ambt

bezinningmvea

Dit weekend is de website www.bezinningmvea.nl van start gegaan. De site is opgezet n.a.v. de besluiten van de GKv Synode over M/V en ambt.

Op de site wordt onder het kopje ‘Over ons’ uitgelegd wat het doel is. Ik citeer even de kern:

‘Met een inmiddels aanzienlijk gegroeide groep predikanten richten wij ons de komende tijd daarom op drie aspecten:

  • Bestudering van de synodebesluiten en de gronden.
  • Bredere studie naar exegese en hermeneutiek inzake deze materie.
  • Inventarisatie van en advies bij praktische en kerkrechtelijke vragen.

Op dit moment hebben we grote vragen bij de bijbelse onderbouwing. We zijn er niet van overtuigd dat die solide genoeg is om ingrijpende veranderingen te dragen.

[…]

Met onze bezinning willen wij bijdragen aan het kerkbrede gesprek dat naar aanleiding van de synodebesluiten ontstaat. ‘

De site geeft een overzicht van nieuws rond het onderwerp ‘M/V en ambt’. Daarnaast is er een ‘Bronnen’ sectie, met verwijzingen naar allerlei materiaal m.n. uit de hoek van wat in Amerika de ‘Complementarians’ wordt genoemd.

Ook zijn er een aantal werkgroepen ingesteld:

  • Handreiking
  • Revisie
  • Hermeneutiek
  • Voorlichting

Een site om in te gaten te houden!

Advertenties

50 cruciale vragen over mannelijkheid en vrouwelijkheid

Ruim 25 jaar geleden verscheen in Amerika het boek Recovering Biblical Manhood and Womenhood. Een pil van zo’n 575 bladzijden onder redactie van John Piper en Wayne Grudem. Ruim 20 auteurs belichten het onderwerp ‘Bijbelse mannelijkheid en vrouwelijkheid’ van allerlei kanten. Het boek is gratis te downloaden.

Ik heb een groot deel van dit boek gelezen en het boek geeft een zeer degelijke onderbouwing van wat ‘complementarity’ wordt genoemd. Met dat woord wil men aangeven dat mannen en vrouwen bedoeld zijn om elkaar aan te vullen. Mannen en vrouwen zijn niet hetzelfde, maar verschillen op tal van punten, en hebben daarom van God elk een andere rol gekregen, met andere verantwoordelijkheden. Uiteraard gaat dit boek ook in op mannen en vrouwen en het ambt.

Hoofdstuk 2 uit het boek Recovering Biblical Manhood and Womenhood geeft in vraag- en-antwoord vorm een overzicht van waar het nu precies om draait. Piper en Grudem hebben dat hoofdstuk omgewerkt tot een klein boekje dat ook in het Nederlands vertaald is. De titel is: 50 cruciale vragen over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Ook dat boekje is gratis te downloaden.

Als je je op dit moment aan het verdiepen bent in het onderwerp M/V en ambt, dan is dit boekje echt een aanrader!

Mannelijke oudsten: schuif Gods goede orde niet aan de kant

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. (1 Timotheüs 2:13-14)

Nu dit allemaal gezegd is, wil ik jullie mee terugnemen naar Genesis 3, om jullie te laten zien wat ik denk dat 1 Timotheüs 2:14 betekent als er staat:

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.

Het eerste wat opvalt in Genesis 3:1 is dat satan, in de vorm van een slang, de vrouw aansprak en niet de man. ‘De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw …’ Paulus zag dit, en vond het van belang.

Het tweede om op te letten is dat Adam blijkbaar bij Eva stond terwijl satan met haar sprak. Als we bij vers 6 aankomen en de vrouw op het punt staat van de verboden vrucht te eten, zegt het vers: ‘En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.’ Er staat niet dat zij hem ging halen. Er staat niet dat hij pas kwam toen de slang al weer weg was. Het gaat direct van de woorden van verleiding naar de daad van het eten, en er staat dat de man bij haar was.

Het derde om op te letten is dat God niet alleen het eten van de vrucht van de boom afkeurt, maar ook de manier waarop de man en de vrouw hier met elkaar omgaan. In Genesis 3:17 berispt God de man als volgt: ‘Omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw en van die boom gegeten hebt waarvan Ik u geboden had: U mag daarvan niet eten, is de aardbodem omwille van u vervloekt’. De woorden ‘omdat u geluisterd hebt naar de stem van uw vrouw’ zijn heel belangrijk. Hoofdstuk 3 zegt nergens dat zij iets rechtstreeks tegen Adam zegt. Maar er is voldoende reden om aan te nemen dat Adam erbij stond te luisteren naar haar gesprek met de slang, en met haar instemde.

Wat we dus enkele weken geleden zagen, was dat Gods berisping niet slechts gericht is tegen het eten van het verboden fruit, maar ook dat Adam zijn verantwoordelijkheid verzaakte om de leider en de morele bewaker van het gezin te zijn. Satans geniepigheid zit hem hierin dat hij wist van de scheppingsorde die God had voorbestemd voor het welzijn en geluk van het gezin, en dat hij juist daarom deze goede orde trotseerde door de man te negeren en met de vrouw in gesprek te gaan. Satan plaatste haar in de positie van woordvoerder en leider en verdediger. En op dat moment raakten zowel man als vrouw hun onschuld kwijt en lieten ze zichzelf meevoeren in een patroon van met elkaar omgaan, dat tot op de dag van vandaag destructief is gebleken.

Ik denk dat Paulus in 1 Timotheüs 2:14 dit bedoelt. Laat het me parafraseren, om het duidelijk te maken. ‘Niet Adam werd misleid [dat wil zeggen, Adam werd niet door de verleider benaderd en hij was niet degene die rechtstreeks met hem onderhandelde], maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen [dat wil zeggen, zij was het die onderhandelde met de verleider, en werd juist door haar rechtstreekse interactie met hem misleid en tot overtreding aangezet]’.

Als dit juist is, dan gaat het er niet om dat de man niet misleid kan worden, of dat de vrouw makkelijker misleid kan worden; het punt is dat wanneer Gods orde in het leiderschap wordt verworpen, dit schade en verderf tot gevolg heeft. Mannen en vrouwen zijn beiden vatbaarder voor het begaan van fouten en zonden wanneer zij de orde zoals God die heeft bedoeld aan de kant schuiven.

Dus Paulus’ redenering in 1 Timotheüs 2:11-14 luidt als volgt: mannen hebben de primaire verantwoordelijkheid voor het leiding geven en het onderwijs geven aan de kerk (oftewel de oudsten):

  1. Omdat, door de man als eerste te maken, God ons leerde dat de man de verantwoordelijkheid moeten nemen te leiden in de relatie tot de vrouw; en
  2. Omdat de val van Adam en Eva in zonde laat zien dat het negeren van dit goddelijke patroon, ervoor zorgt dat mannen en vrouwen in een meer kwetsbare positie worden geplaatst en zo tot overtreding komen.

Uit een preek van John Piper over 1 Timotheüs 2:13-14 uit de serie Biblical Manhood and Womanhood.
De aangehaalde Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling.

Mannelijke oudsten: omdat vrouwen ‘zwakker’ zijn?

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. (1 Timotheüs 2:13-14)

Het tweede punt in vers 14 is dit: ‘En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.’ Nu, de meeste commentatoren in de geschiedenis van de kerk hebben dit eenvoudig geïnterpreteerd als dat vrouwen makkelijker te misleiden te zijn, en daarom dus niet de verantwoordelijkheid van het leiden en onderwijzen van de kerk moeten krijgen. Ik geloof echter, op basis van wat ik heb gelezen en mijn ervaring, dat in sommige situaties vrouwen makkelijker te misleiden zijn, en dat in andere situaties mannen makkelijker te misleiden zijn.

Ik maak even een uitstapje, waarvan ik denk dat het ons zal helpen in het praten over verschillen in mannelijkheid en vrouwelijkheid. Telkens als iemand mij vraagt of vrouwen zwakker zijn dan mannen, of slimmer, of sneller bang zijn, of zoiets, antwoord ik vrijwel altijd als volgt: Ik denk dat vrouwen in sommige gevallen zwakker zijn dan mannen en dat mannen in sommige gevallen zwakker zijn dan vrouwen; ik denk dat vrouwen in sommige gevallen slimmer zijn en dat mannen in sommige gevallen slimmer zijn; en vrouwen zijn in sommige situaties sneller bang en mannen zijn weer in andere situaties sneller bang.

Het is heel gevaarlijk om de zogenaamde zwakheden die ieder van ons heeft als negatief te bestempelen. Want God heeft het zo bedoeld dat de ‘zwakheden’ die karakteristiek zijn voor mannen, de sterke punten van vrouwen naar voren halen en benadrukken. En God heeft het zo bedoeld dat alle ‘zwakheden’ die karakteristiek zijn voor vrouwen, de sterke punten van mannen naar voren halen en benadrukken.

Dus zelfs als dit vers betekent dat vrouwen in sommige situaties makkelijker te misleiden zijn, zou dat nog niets zeggen over de kwaliteit of de waarde van de mannelijke en de vrouwelijke persoonlijkheid.

Statistieken laten zien dat het opscheppen over je eigen geslacht als superieur aan het andere onzin is. Mannen en vrouwen zoals ze door God zijn geschapen verschillen op honderden punten van elkaar. En ik geloof dat het gelijkwaardig naar het beeld van God geschapen zijn dit betekent: als je alle sterke en zwakke punten van mannen en vrouwen bij elkaar optelt, komt er onder de streep hetzelfde uit. En als je de zwakke punten van het ene geslacht over de sterke punten van het andere geslacht heen legt, en andersom, zul je zien dat het Gods bedoeling is dat ze elkaar perfect aanvullen. Als je dan het hele leven beschouwd (en ik bedoel niet alleen maar het huwelijksleven), dan zie je dat de zogenaamde zwakheden van mannen en de zogenaamde zwakheden van vrouwen het geheel niet zwakker, maar juist sterker maken.

Is het oog van de naald werkelijk alleen maar lucht? Of is het juist het onmisbare ‘niets’ waardoor de naald werkt? Is honger alleen maar een jammerlijke behoefte en een lege maag? Of is het juist een signaal van ons lichaam dat we eten moeten gaan klaarmaken? Als je gelooft dat mannen en vrouwen elkaar moeten aanvullen in plaats van elkaar te dupliceren, en als je gelooft dat de manier waarop God ons heeft gemaakt goed is, dan zul je niet snel een lijst maken van typisch mannelijke zwaktes of een lijst van typisch vrouwelijke zwaktes en daaruit concluderen dat de een van minder waarde is dan de ander.

Einde excurs.

Uit een preek van John Piper over 1 Timotheüs 2:13-14 uit de serie Biblical Manhood and Womanhood.
De aangehaalde Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling.

 

Mannelijke oudsten: gebaseerd op Gods goede scheppingsorde

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. (1 Timotheüs 2:13-14)

We hebben dit [CK: het onderwijs van Paulus in 1 Timotheüs 2:11-12] samengevat met twee definities, over gezag (vers 12) en over onderdanigheid (vers 11).

  1. Gezag, dat is de goddelijke roeping voor geestelijke, begiftigde mannen om in de kerk als oudsten de primaire verantwoordelijkheid op zich te nemen om dienend leiding te geven naar het voorbeeld van Christus, en te onderwijzen.
  2. Onderdanigheid, dat is de goddelijke roeping voor de anderen in de kerk, zowel mannen als vrouwen, het leiderschap van de oudsten te eren en te bevestigen, en door hen te worden toegerust voor de honderden verschillende taken die mannen en vrouwen kunnen doen in de dienst van Christus.

Deze definities waren met opzet analoog aan de definities van ‘hoofd-zijn’ en ‘onderdanigheid’ in het huwelijk zoals we dat hebben geleerd uit Efeze 5:

  1. Hoofd-zijn, dat is de goddelijke roeping voor een man om in het gezin de primaire verantwoordelijkheid op zich te nemen om dienend leiding te geven naar het voorbeeld van Christus, en het gezin te beschermen en het te onderhouden.
  2. Onderdanigheid, dat is de goddelijke roeping voor een vrouw het leiderschap van haar man te eren en te bevestigen, en hem daarin te steunen, overeenkomstig haar gaven.

Het is belangrijk dat we dit zien, omdat in zowel het geval van de orde in het kerkelijk leven als in de orde in het gezin, Paulus zijn onderwijs baseert op Gods oorspronkelijke orde in de schepping. Paulus kiest maar niet willekeurig rollen voor mannen en vrouwen, en ook zoekt hij maar niet eenvoudig aansluiting bij de culturele verwachtingen van zijn tijd. Hij zegt dat er wat betreft de manier waarop God de dingen in het begin heeft ingesteld, iets is waardoor dit een goede orde is. Met andere woorden, echte mannelijkheid en echte vrouwelijkheid sluiten in het dienstbetoon beter op elkaar aan – ze worden beter bewaard en gevoed en kennen meer vervulling en zijn vruchtbaarder – in dit patroon van gezin en kerk zijn dan welke andere vorm ook maar – omdat God het zo gemaakt heeft. Het is onderdeel van zijn genadige ontwerp voor het welzijn van mannen en vrouwen.

Welnu, dat brengt ons bij vers 13 en 14 van 1 Timotheüs. In deze verzen geeft Paulus twee argumenten voor de uitspraak dat mannen, en niet vrouwen, de primaire verantwoordelijkheid behoren te dragen voor het leiden en het onderricht geven aan de kerk.

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen.

Er worden hier twee argumenten gegeven. Laten we ze een voor een oppakken.

Eerst vers 13, ‘Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.’ Het punt hier is heel eenvoudig, en we hebben het er al over gehad in de preek over Genesis 2 en 3 (en hebben toen ook aandacht gegeven aan enkele bezwaren). Paulus ziet in de volgorde van Gods scheppend handelen een les voor wat betreft de verantwoordelijkheid van de man een leider te zijn in relatie tot de vrouw. God schiep eerst de man, plaatste hem in de hof, gaf hem verantwoordelijkheid over de hof en het morele patroon voor het leven in de hof, en schiep toen de vrouw als zijn partner en helper om hem te helpen bij het uitvoeren van die verantwoordelijkheid.

Met andere woorden, als Paulus leert dat mannen de primaire verantwoordelijkheid moeten dragen voor het leiding geven en het onderwijs in de kerk, dan baseert hij dat niet op een tijdelijke culturele situatie in Efeze, maar op iets dat op grond van hoe wij geschapen zijn, verweven is in de structuur van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Dus niet op grond van de zonde, maar op grond van hoe God het wilde voordat de zonde er was – ten goede voor zijn volk, zowel vrouwen als mannen.

Uit een preek van John Piper over 1 Timotheüs 2:13-14 uit de serie Biblical Manhood and Womanhood.
De aangehaalde Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling.

M/V in de kerk: gezag en onderdanigheid zijn gericht op het werk in Zijn dienst

Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid. Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. (1 Timotheüs 2:11-14)

Ik denk dat het helpt om nu een stap terug te doen en deze begrippen van ‘gezag’ en ‘onderdanigheid’ in de kerk te voorzien van een definitie, net als we deden met de begrippen ‘hoofd-zijn’ en ‘onderdanigheid’ in het gezin.

  1. Gezag, dat is de goddelijke roeping voor geestelijke, begiftigde mannen om in de kerk als oudsten de primaire verantwoordelijkheid op zich te nemen om dienend leiding te geven naar het voorbeeld van Christus, en te onderwijzen.
  2. Onderdanigheid, dat is de goddelijke roeping voor de anderen in de kerk, zowel mannen als vrouwen, het leiderschap van de oudsten te eren en te bevestigen, en door hen te worden toegerust voor de honderden verschillende taken die mannen en vrouwen kunnen doen in de dienst van Christus.

En dat laatste punt is heel belangrijk. Voor mannen en vrouwen die een hart hebben om te dienen – om zielen te redden en genezing te brengen in gebroken levens en het kwaad te weerstaan en nood te lenigen – zijn er eindeloos veel mogelijkheden. Het is Gods bedoeling dat heel de kerk wordt gemobiliseerd tot het werk in zijn dienst, mannen en vrouwen. Niemand behoort thuis soaps en herhalingen te bekijken terwijl de wereld in brand staat. En het is Gods bedoeling de heiligen toe te rusten en te mobiliseren door een groep geestelijke mannen die de primaire verantwoordelijkheid hebben voor het leiderschap en het onderwijs in de kerk.

Er zijn vandaag de dag velen die beweren dat ze een betere manier kennen om de mannen en de vrouwen van de kerk toe te rusten en te mobiliseren. Maar ik wil jullie deze morgen met heel mijn hart de duidelijke betekenis van deze verzen aanprijzen:

  • Dat mannelijkheid en vrouwelijkheid beter op elkaar aansluiten in het dienstbetoon, als mannen de primaire verantwoordelijkheid dragen voor het leiderschap en het onderwijs in de kerk
  • Dat mannelijkheid en vrouwelijkheid beter bewaard en gevoed worden en meer vervulling kennen en vruchtbaarder zijn op deze manier dan welke andere vorm ook maar.

Ik beveel dit bij je aan voor je geloof en de manier waarop je leeft, want

  • Dit de manier waarop de Schrift ons leert het leven in de kerk in te richten,
  • En God heeft de Schriften geïnspireerd,
  • En God is goed.

Ik hoop komende zondag, in de laatste preek van deze serie, vers 13 en 14 te behandelen, en dan het grote plaatje te schetsen van wat het betekent om man en vrouw te zijn in het dagelijks leven.

Uit een preek van John Piper over 1 Timotheüs 2:8-15 uit de serie Biblical Manhood and Womanhood.
De aangehaalde Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling.

M/V in de kerk: gezaghebbend onderwijs

Een vrouw moet zich laten onderwijzen in stilheid, in alle onderdanigheid. Want ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft, en ook niet dat zij de man overheerst, maar ik wil dat zij zich stil houdt. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. En niet Adam is misleid, maar de vrouw is, toen zij misleid werd, tot overtreding gekomen. (1 Timotheüs 2:11-14)

Het tweede waar we naar moeten kijken is de verwijzing naar ‘onderwijs’ in vers 12. Hoe ver reikt Paulus verbod als hij zegt: ‘ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft’?

Eén ding dat we kunnen doen om deze vraag te beantwoorden, is kijken naar andere plaatsen waar Paulus en anderen het hebben over vrouwen die onderwijs geven. Bijv. in Titus 2:3 zegt hij (aan het eind van het vers en het begin van vers 4) dat de oudere vrouwen de jongere vrouwen moeten onderwijzen: ‘Evenzo moeten de oudere vrouwen … leraressen van het goede [zijn], opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben …’

Een ander voorbeeld is 2 Timotheüs 3:14 waar Paulus tegen Timotheüs zegt te bedenken van wie hij de Schriften heeft geleerd. En de mensen waar hij aan denkt (dat kunnen we lezen in 2 Timotheüs 1:5) zijn Eunice en Lois, de moeder en grootmoeder van Timotheüs. (Zijn vader was niet gelovig, en zelfs geen Jood, Handelingen 16:3).

Nog een voorbeeld is Priscilla. In Handelingen 18:26 staat: ‘En toen Aquila en Priscilla hem gehoord hadden, namen zij hem apart en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit.’

Dus het is niet aannemelijk dat Paulus in 1 Timotheüs 2:12 zegt dat elke vorm van onderwijs verboden is. Er zijn voorbeelden van vrouwen die jongere vrouwen onderwijzen, of kinderen, en in sommige gevallen met hun man een team vormen om privéonderwijs te geven aan een verwarde of nog-niet-gelovige zoals Apollos. Maar dit zijn alleen maar voorbeelden. Kunnen we dan meer in het algemeen beschrijven wat Paulus in gedachte had toen hij zei: ‘ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft’? Ik denk dat het veiligste wat we kunnen doen is dat we ons laten leiden door de passage die erop volgt: ‘… en ook niet dat zij de man overheerst’ (d.w.z. gezag heeft over de man). ‘Ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft of over mannen gezag heeft.’

In plaats van dat we zelf allerlei betekenissen geven aan het woord ‘onderwijs’, is het dus veiliger om te zeggen dat het woord onderwijs hier op de een of andere manier te maken heeft met het gezag uitoefenen over anderen. Onderwijs geven en gezag hebben gaan samen. We kunnen dus in ieder geval één algemeen punt noemen over vrouwen die onderwijs geven, namelijk dat Paulus dit verbiedt als ze daarmee gezag hebben over mannen.

Dat brengt ons bij de derde vraag: namelijk, wat is dit ‘gezag’ waar het in vers 12 over gaat?

De sleutel waarmee deze deur geopend wordt is een heel interessante observatie. Als je de rest van 1 Timotheüs leest over de rol van de oudsten in de kerk, dan kom je erachter dat de oudsten twee verantwoordelijkheden hadden: het was hun taak om leiding te geven en om te onderwijzen. Je kunt dit zien in de lijst met kenmerken in 1 Timotheüs 3:1-7, maar de duidelijkste plaats om dit te zien is 5:17: ‘Laat ouderlingen die goed leiding geven, dubbele eer waard geacht worden, vooral diegenen die arbeiden in het Woord en in de leer.’

Oudsten geven leiding of sturing, en oudsten arbeiden in het Woord (d.w.z. prediken) en arbeiden in de leer (d.w.z. geven onderwijs). In Handelingen 20:28 zie je dat de oudsten van de kerk in Efeze door de Heilige Geest waren aangesteld tot ‘opzieners’ en kregen ze de opdracht de kudde te ‘weiden’ of te voeden, wat wil zeggen: heel het raadsbesluit van God te onderwijzen.

Ik denk dat het niet toevallig is dat Paulus in 1 Timotheüs 2:12 zegt dat hij niet toestaat dat een vrouw onderwijs geeft en gezag over een man uitoefent. Wat hij zegt komt eigenlijk hier op neer: ik sta niet toe dat een vrouw het ambt van oudste in de kerk vervult. De oudsten zijn belast met het leiderschap en het onderricht van de kerk. Dat is een samenvatting van hun werk. Dus als Paulus deze twee dingen bij elkaar voegt en zegt: ‘ik sta niet toe dat een vrouw onderwijs geeft of gezag uitoefent’, dan is de meest natuurlijke betekenis: ‘ik sta niet toe dat een vrouw het ambt van oudste op zich neemt.’

Dus het gezag waar Paulus aan denkt in 1 Timotheüs 2:12 is het gezag van de oudsten. En hoe zou dat er dan uit moeten zien? Welnu, we hebben al van Jezus in Lukas 22:26 gezien hoe dit er uit zou moeten zien: ‘de belangrijkste onder u moet als de jongste worden en wie leiding geeft als iemand die dient.’ Paulus zei in 2 Korintiërs 10:8 en 13:10 dat God hem de volmacht (vertaald als ‘het gezag’ in de NBV) in de kerk heeft gegeven, niet om af te breken, maar om op te bouwen. En Petrus zegt tegen de oudsten van de kerken (1 Petrus 5:3): ‘[Wees] niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn.’

Met andere woorden, het gezag van een oudste is het gezag van een dienaar. Het leiderschap van een oudste is het leiderschap van een dienaar. Daarom staat het onderwijzen centraal bij deze roeping. Het gezag van een oudste leidt door mensen te overtuigen – door onderricht – niet door mensen te dwingen, of door politieke spelletjes. Het gezag van een oudste is altijd ondergeschikt aan de Bijbel. Te allen tijde kan hem gevraagd worden zich te verantwoorden op grond van de Bijbel. Daarom is onderricht het primaire instrument om in de kerk leiding te geven.

Uit een preek van John Piper over 1 Timotheüs 2:8-15 uit de serie Biblical Manhood and Womanhood.
De aangehaalde Bijbelteksten zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling, tenzij anders vermeld.