Oorlogstijd

30 maart 2008 - No Responses

vreugdevangod.jpg“Duizenden christenen horen niets van de duivelse bommen die vallen en van de kogels die hun om de oren fluiten. Ze ruiken niets van de helse napalm die wordt uitgegooid over de witte wereldoogst. Ze krimpen niet ineen en huilen niet om de duizenden mensen die wekelijks te gronde gaan. Zij houden geen rekening met kwade geestelijke machten in de hemelse gewesten en met de wereldbeheersers van deze duisternis. Er is helemaal geen duisternis, zeggen zij. Het is stralend licht, een en al vrolijkheid - kijk maar naar mijn huis, mijn auto, mijn werk, mijn caravan en mijn boot. Luister maar naar mijn nieuwe stereo-installatie en kijk maar naar mijn nieuwe dvd-speler.”

John Piper in De vreugde van God, blz. 227.

Waarom moest Jezus sterven?

17 maart 2008 - No Responses

waarom_moest_jezus_sterven.jpgIn deze tijd, zo in de week van Goede Vrijdag, wil ik me specifiek richten op het lijden en sterven van Jezus, en probeer ik er bij stil te staan wat er daar, op Golgotha, een kleine 2000 jaar geleden, is gebeurd. Wat heeft de dood van Jezus Christus voor ons bewerkt?

Het boekje Waarom moest Jezus sterven? van John Piper is daarbij een mooi hulpmiddel. Hij heeft daarin 50 redenen, of beter gezegd: bedoelingen, van het lijden en sterven op een rijtje gezet. (Als je het engels machtig bent, dan kun je dit boekje hier gratis lezen.) Hieronder de eerste reden die John Piper beschrijft:

Christus leed en stierf…
om de toorn van God op zich te nemen

Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt
Galaten 3:13

Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn gerechtigheid te bewijzen met het oog op de vergeving van de zonden die tevoren hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.
Romeinen 3:25

Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.
1 Johannes 4:10

Als God niet rechtvaardig was, zou het lijden en sterven geen vereiste zijn geweest voor Zijn Zoon. En als God niet liefdevol was, zou Zijn Zoon niet de bereidheid hebben gehad om te lijden en te sterven. Maar God is zowel rechtvaardig als liefdevol. Daarom is Zijn liefde bereid te voldoen aan de eisen van Zijn rechtvaardigheid.

Gods wet eist: ‘Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw kracht’ (Deut. 6.5). Maar wij houden allemaal meer van andere dingen. Dat is dus zonde: God onteren door niet Hem op de eerste plaats te laten komen in ons leven, maar andere dingen en dat we daar ook naar handelen. Daarom staat er in de Bijbel: ‘Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God’ (Rom. 3:23). Wij verheerlijken datgene waarvan we het meest genieten. En dat is niet God.

Zonde is niet iets onbeduidends, omdat we niet zondigen tegen een onbeduidende Koning. Hoe hoger de status van de beledigde persoon, des te ernstiger de belediging. Het is beneden Zijn waardigheid wanneer we de Schepper van hemel en aarde niet oneindig veel respect, bewondering en trouw tonen. Wie Hem niet liefheeft, maakt zich niet schuldig aan een onbeduidend vergrijp, maar aan verraad. God wordt erdoor te schande gemaakt en menselijk geluk wordt erdoor kapotgemaakt.

Omdat God rechtvaardig is, kan Hij deze zonden niet bedekken met de mantel der liefde. Ze wekken bij Hem een heilige toorn op. Ze moeten bestraft worden. ‘Want het loon van de zonde is de dood’ (Rom. 6:23). ‘De ziel, die zondigt, die zal sterven’ (Ezech. 18:4).

Er rust een heilige vloek op alle zonden. Die niet bestraffen, zou onrechtvaardig zijn. De vernedering van God zou erdoor onderstreept worden. De wereld zou dan in wezen geregeerd worden door een leugen. Daarom zegt God: ‘Vervloekt is wie de woorden van deze wet niet bevestigt door ze ook te doen!’ (Gal. 3:10; Deut. 27:26).

Maar de liefde van God berust niet in de vloek die alle zondige mensen boven het hoofd hangt. Het schenkt Hem geen voldoening blijk te geven van zijn toorn, hoe heilig die ook is. God stuurt Zijn eigen Zoon om Zijn toorn weg te nemen en de vloek te dragen voor iedereen die zijn vertrouwen stelt op Hem. ‘Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden’ (Gal. 3:13).

Het woord ‘verzoening’ (Rom. 3:25) verwijst naar het wegnemen van Gods toorn door er iets anders voor in de plaats te stellen. God voorzag daar Zelf in door Jezus Christus te zenden als plaatsvervanger. Christus haalt niet slechts een streep door de toorn; Hij laat die op Zichzelf neerkomen in plaats van op ons. Gods toorn is rechtvaardig; ze werd uitgegoten, niet weggenomen.

Laten we ons ervoor hoeden dat we God niet serieus nemen of Zijn liefde bagatelliseren. We raken pas diep onder de indruk van Gods liefde voor ons als we ons rekenschap geven van de ernst van onze zonden en de rechtvaardigheid van Zijn toorn. Daar staat tegenover dat, wanneer we uit genade beseffen hoe onwaardig we zijn, we dankzij het lijden van Jezus kunnen zeggen: ‘Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden’ (1 Joh. 4:10).

John Piper, Waarom moest Jezus sterven?, blz. 23-25.

Niet bidden om bekering van joden?

8 maart 2008 - No Responses

MenoraIn het ND van vandaag staat op de opiniepagina een artikel met de titel ‘Niet weer bidden om bekering joden‘ van de hand van Marcel Poorthuis, docent master wereldreligies aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. Het ND geeft kort weer wat Marcel Poorthuis wil zeggen: “Paus Benedictus XVI heeft recentelijk het vieren van de oude liturgie van vóór 1960 toegestaan. Daardoor bidt de Rooms-Katholieke Kerk op Goede Vrijdag weer voor de bekering van de joden. En dat is ontoelaatbaar, vindt theoloog Marcel Poorthuis.”

Toen ik de kop las, dacht ik: ‘Niét bidden om bekering van de joden? Juist wel!’ Ik wilde graag weten op welke gronden de schrijver tot zijn stelling komt. Hij baseert zich onder andere op een uitspraak die curiekardinaal Walter Kasper in 2001 deed:

“Missie in de betekenis van zich afwenden van afgoden tot de ene ware God kan niet gebruikt worden in relatie tot het jodendom”, aldus de kardinaal. Vandaar dat de Rooms-Katholieke Kerk geen bekeringsactiviteiten ten aanzien van het jodendom onderneemt.

Even later geeft Marcel Poorthuis ook een interpretatie van Romeinen 11:26:

Volgens Paulus zal ‘heel Israël’ gered worden, maar pas nadat alle heidenen in de gemeente van Christus zijn ingegaan (Romeinen 11:26). Is dat dan pas urgent als heel de wereld christen is geworden? Zo ja, dan is het géén oproep tot bekering van de joden.

Als ik deze dingen lees, dan schrik ik. Wat Walter Kasper zegt lijkt op het eerste gezicht wel waar, maar er valt meer te zeggen. Want wat zijn afgoden? Zaken waar je je vertrouwen op stelt. En hoe wil de ene ware God gekend worden? Ik zou willen zeggen: Bekering is je afwenden van het duister naar het licht. En het licht van de ene ware God is ‘de glans … van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is’ (2 Kor. 4:4 ). Zo openbaart God zich. Zo laat Hij zijn licht schijnen. Een paar verzen eerder schrijft Paulus juist over Joden bij wie ‘er een sluier over hun hart’ ligt. Die sluier wordt verwijdert ‘als iemand zich bekeert tot de Heer’ (2 Kor. 3:15-16).

En als je Romeinen 11:26 zo wil interpreteren dat heel het Joodse volk gered zal worden nádat alle heidenen in de gemeente van Christus zijn ingegaan, dan wil dat nog niet zeggen dat je nú niet voor ze hoeft te bidden.

Verder lees ik bij Paulus hoezeer hij begaan was met het Joodse volk, zijn broeders, zijn lijfelijke verwanten. In Romeinen 9 schrijft hij bijvoorbeeld: ‘in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt. Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn, als ik mijn broeders, mijn lijfelijke verwanten, daarmee kon helpen’ (vers 2-3). In vers 31-32 laat Paulus zien wat de kern van het probleem is: ‘Israël, met al zijn ijver voor de wet van de gerechtigheid, heeft het doel van de wet niet bereikt. En waarom? Omdat zij meenden te kunnen steunen op hun daden, en niet op het geloof.’ Bekering is dus: niet langer steunen op je eigen daden (die, als je dat wel doet, een afgod worden) en geloven in God, je vertrouwen op Hém stellen.

Tot slot wijs ik op Romeinen 10:1-4:

Broeders en zusters, het is mijn vurige wens en ik bid tot God dat zij gered worden. Ik getuig dat zij godsdienstige ijver hebben, maar het is ijver zonder inzicht. Met hun miskenning van Gods gerechtigheid en hun pogen een eigen gerechtigheid op te richten, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.

Niet bidden? Paulus deed het! En dat impliceert bekering. Bekering van de afgod van de eigen gerechtigheid, naar Christus toe, ‘die van Godswege onze wijsheid is geworden, onze gerechtigheid, onze heiliging en verlossing.’ (1 Kor. 1:30). Als Paulus bad, wie ben ik dan om dat niet te doen?

Aangehaalde teksten geciteerd uit de Willibrordvertaling 1995

Job

20 februari 2008 - No Responses

The misery of Job and the mercy of GodThe Misery of Job and the Mercy of God (De ellende van Job en de genade van God) van John Piper is in meerdere opzichten een bijzonder boek. In de eerste plaats omdat het een vertelling is van het verhaal van Job uit de Bijbel in dichtvorm. Daarnaast wordt er een luister-CD bijgeleverd waarop John Piper de gedichten voorleest. En tenslotte is het boek erg fraai met prachtige kleurenfoto’s uitgevoerd. En het mooiste is: je kunt het boek ook online lezen en beluisteren.

Gisteren heb ik naar dit boek geluisterd en tegelijkertijd heb ik het meegelezen. Ik was diep onder de indruk. Het voor mij bekende verhaal over Job komt zo toch wel heel dichtbij. Vooral het slot vond ik verrassend. Om een indruk te geven, hieronder de eerste alinea van het eerste gedicht:

The sky above the land of Uz
Could change the way the ocean does
In moments, with a boding wind,
As though the blue of day had sinned,
And brought the blood of some great saint
Upon the darkening east – the taint
Of some Leviathan, up-swirled
Beneath the waters of the world,
Or worse, poured down like thick’ning gore
From some great struggle in the war
Of heav’n.
John Piper, The Misery of Job and the Mercy of God, blz. 13

Oordeel en genade in de wereld

16 februari 2008 - No Responses

ArmoedeIn De Reformatie staat deze week een artikel van drs. Piet Houtman, docent theologie aan het Presbyterian Theological Seminary in Dehra Dun, India, met de titel Oordeel en genade in een wereld van honger. Dit artikel volgt op een artikel dat vorige week in De Reformatie verscheen, met de titel Ontwikkelingswerk en het oordeel van God. (Dit eerste artikel is ook online te lezen). In beide artikelen stelt drs. Houtman: ‘In de armoede in de wereld is de hand van God te zien; zijn oordeel.’ In zijn tweede artikel (helaas niet online te lezen) licht hij deze stelling toe en verdedigt hij deze tegen voor de hand liggende tegenwerpingen. Ook trekt hij er een paar praktische conclusies uit.

Eén tegenwerping luidt: ‘Moeten wij niet minder over oordeel praten en meer over genade?’ Houtman schrijft:

Het antwoord is: die twee gaan gelijk op. Genade is verlossing van het oordeel; van een heel reëel oordeel. (…) Gods gerechtigheid omvat beide: oordeel en genade. Daarom kun je ze niet tegen elkaar uitspelen. (…) Oordeel zonder genade is uitzichtloos; het zou geen zin hebben om te luisteren als het verkondigd wordt, want je kunt er niets mee. Maar omgekeerd: zonder oordeel wordt genade niet mooier; ze verbleekt, wordt goedkoop, vanzelfsprekend. Het zou niet meer de boodschap zijn van Christus aan het kruis: Hij onderging het oordeel. Genade is actueel omdat het oordeel reëel is.

Houtman schrijft dat dit besef een diepe motivering oplevert als het gaat om ontwikkelingswerk, armoedebestrijding, etc.:

We proberen iets van Gods genade te laten zien in het leven van mensen die zuchten onder Gods oordeel. (…) Wij delen uit van de gerechtigheid die wij zelf van God gekregen hebben.

Aan het eind van zijn artikel vraagt hij:

Voelen wij ons schuldig, als wij rijken met bittere armoede worden geconfronteerd? Waarom? Misschien hebben wij die armen geen onrecht aangedaan. Maar dan zijn wij wel schuldig aan andere zonden. En daarom zijn wij - ook al zijn we niet arm - wel mee aan het oordeel onderworpen. Ook wij hebben het nodig gered te worden. Willen wij sociale gerechtigheid bevorderen, dan moeten wij meer doen dan onze rijkdom en expertise met armen delen, en opkomen tegen onderdrukking; dan moeten wij ons bekeren, over de hele linie; en ook bij anderen - discreet, naar gelang van onze positie - opkomen voor bekering over de hele linie. Radicale ontwikkelingshulp is een zaak van heiliging.

Tot slot wijst hij erop dat dit alles ons gebedsleven zal intensiveren en verdiepen:

Bidden is meer dan vragen om meer eten en geld voor de armen; meer dan vragen om Gods zegen over onze programma’s. Bidden is, in de nood van de wereld, zuchtend onder Gods oordelen, roepen om zijn genadige redding uit die nood; gelovig. Heer, heb medelijden, kom!

Dit alles is een les voor mij: mijn handel en wandel hier in het rijke westen, mijn zonden, mijn ik-gerichtheid - om deze dingen ben ik mee aan het oordeel onderworpen. Ook ik moet gered worden. Ook ik moet me bekeren. En aangezien Gods toorn wordt opgewekt over afgoderij en goddeloosheid over héél de linie, in heel de wereld, vallen ook mijn zonden daar onder.

Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter …
Romeinen 8:20,21a NBG

Geïnfecteerd

13 februari 2008 - No Responses

WinterlezingIn het Reformatorisch Dagblad van vandaag staat een verslagje van een zgn. Winterlezing die prof. dr. M. te Velde dinsdagavond in Ten Boer hield. Hij stelde in zijn lezing dat de ‘typerende kenmerken van het moderne levensgevoel meer in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) aanwezig zijn dan beseft wordt.’

Ik denk dat hij gelijk heeft. Ik noem wat punten uit het verslag. Hij stelt eerst vast dat mensen in de kerk de neiging hebben bezig te zijn met waarheden in plaats van met dé Waarheid:

„Het focussen op dé Waarheid, dat is de persoon Jezus Christus, is minder vrijblijvend. Want alleen de band met Christus heeft een vrijmaking tot gevolg.” Alle vragen over identiteit concentreren zich hier, zei hij. „Die identiteit is niet statisch maar dynamisch, vanwege de steeds te vernieuwen band met Christus.”

Vervolgens stelt hij dat ‘het denken dat de waarheid bij de gereformeerd vrijgemaakten automatisch veilig is’ de grootste bedreiging is. Hij analyseert:

„Ook in de kerk draait het te veel om de mens. Dat is de reden dat de zonde niet gepeild wordt en de verzoening niet begrepen. Termen als zonde en schuld worden weliswaar genoemd, maar ze liggen zo ver van het moderne gevoel verwijderd dat niet echt beseft wordt wat ze inhouden.”

Prof. Te Velde noemde het veelbetekenend dat sinds de jaren tachtig de term gebrokenheid in zwang kwam, ten koste van de term zonde. „Dat sluit aan bij de moderne trend. Wij willen graag naadloos zalig worden.”

Dit zijn dingen die ik herken. Ik kom het tegen in artikelen over bijv. pastoraat. Ik denk dat het een tegenreactie is op een tijd waarin de GKV bestempeld kon worden als heel rechtlijnig en zakelijk. Uiteraard moeten we liefde hebben voor onze medemens en niet zakelijk met anderen omgaan. Maar de vraag die we ons telkens moeten stellen is: Wat is échte liefde? Laten we ons daarbij leiden door ons gevoel of door de waarheid van Gods Woord?

Het is heilzaam de zonde ook echt zonde te noemen. Dat is juist échte liefde. Echte liefde kan niet zonder de waarheid. Het is niet verkeerd als mensen schrikken als ze horen dat ze op een heilloze weg zitten. Een arts moet het je ook eerlijk zeggen als je ernstig ziek bent. Het zou wreed zijn als dat niet zou gebeuren.

Te Velde gaat vervolgens ook in op het gezag van de Bijbel:

Net als de waarheid is ook het gezag van de Bijbel niet automatisch veilig in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, zei hij. „De neiging bestaat om lastige zaken in de Bijbel gauw en zo gemakkelijk mogelijk te omzeilen. Oppervlakkig gezien lijkt dit niet zo te zijn.” De hoogleraar is echter bang dat er sprake is van twee lagen.

„In de officiële leer kunnen de zaken recht overeind gehouden worden, terwijl het bij veel kerkgangers al heel anders leeft. Ook in de kerk heerst een sterk doorgevoerd individualisme. Ieder wil zijn eigen gang gaan. Het gezag van en de leer aangaande de kerk kan men maar moeilijk aanvaarden. Wij als vrijgemaakten zijn meer geïnfecteerd door de geest van onze tijd dan we denken.”

Dat is iets dat ik me ook persoonlijk wil aantrekken. Ook ik adem elke dag de lucht in van een postmoderne manier van denken en leven. Welke infecties heb ik ondertussen opgelopen en moet ik belijden aan God? Ook hier geldt dat we ons moeten laten gezeggen en vormen door Gods Woord, dat heilzaam is en écht leven geeft:

HEERE, maak mij Uw wegen bekend,
leer mij Uw paden.
Leid mij in Uw waarheid en leer mij,
want U bent de God van mijn heil;
U verwacht ik de hele dag.
Psalm 25:4-5 HSV

Avondmaal

10 februari 2008 - No Responses

avondmaal.gifStraks om 11.00 uur begint onze kerkdienst en daarin vieren we het Heilig Avondmaal. Vanmorgen las ik Psalm 33 en de laatste verzen troffen me, juist met oog op het aangaan aan de tafel van de Heer Jezus:

Onze ziel verwacht de HEERE;
Hij is onze hulp en ons schild.
Want ons hart is in Hem verblijd,
omdat wij op Zijn heilige Naam vertrouwen.
Uw goedertierenheid, HEERE, zij over ons,
zoals wij op U hopen.
Psalm 33:20-22 HSV

‘Wat zullen we zingen?’

9 februari 2008 - No Responses

muzieknotenWe zijn gewend om onze maaltijden af te sluiten met het zingen van een christelijk kinderliedje, van bijvoorbeeld Elly en Rikkert. Onze oudste twee jongens kunnen prima meezingen, onze jongste van bijna twee neuriet al mee. Na de maaltijd klinkt dus steevast de vraag aan onze kinderen: ‘Wat zullen we zingen?’ Onze oudste had de laatste tijd de voorkeur voor ‘Blij, blij, mijn hartje is zo blij’, terwijl de tweede meestal ‘Jezus is de Goede Herder’ wil zingen. Dat zijn, zeg maar, hun ‘tophits’ (voor zolang het duurt). ‘Weet je nog een ander liedje?’, vroegen we dan.

Ongeveer een maand geleden las ik een artikeltje over de ‘huisliturgie’. En daarin kwam ook het zingen aan tafel aan bod. De schrijver vertelde dat ze in de loop van zo’n twintig jaar een soort eigen liedbundeltje hadden samengesteld van zo rond de vijftig liederen. Toen hun kinderen nog jong waren begonnen ze uiteraard met kinderliedjes, maar naarmate de kinderen ouder werden maakten die liedjes langzaamaan plaats voor andere.

Zo’n liedbundeltje heeft een aantal voordelen:

  • er is meer variatie in de liedkeus;
  • je voorkomt dat je telkens hetzelfde zingt;
  • de kinderen kiezen bewuster, bijvoorbeeld iets dat past bij het gelezen Bijbelgedeelte;
  • je denkt bewuster na over wat je zingt;
  • en de kinderen vinden het ook gewoon leuk om een liedje uit de bundel te kiezen.

Ik heb toen eens opgeschreven welke liedjes wij zo aan tafel allemaal zingen. Vervolgens heb ik op de PC een boekje gemaakt met daarin de teksten van die liedjes (die heb je zo op internet gevonden), dat boekje netjes geprint als ‘booklet’, nietjes erdoor en klaar! Als je wilt kun je ons Kinderliedboekje downloaden. In de toekomst wil ik dit boekje nog wat versieren met leuke plaatjes en uitbreiden met nog meer liedjes. Maar dit is een mooi begin. Onze kinderen vonden het meteen geweldig.

We hebben ze uitgelegd - aan de hand van de inhoudsopgave van het boekje - dat we graag willen dat we niet elke keer hetzelfde liedje zingen. Juist met zo’n boekje in de hand pikken ze dat snel op. Misschien moeten we ook nog eens gaan turven om te zien welke liedjes we ook nu nog (te) weinig zingen, maar goed, tot nu toe gaat het best. Een kleine moeite, zo’n boekje maken, maar het geeft veel plezier!

Zending en uitverkiezing

9 februari 2008 - No Responses

LichtstralenVanmorgen las ik op de opiniepagina van het het Nederlands Dagblad een artikel met de titel Zending werkt niet zonder uitverkiezing. Jacob Kruidhof - geëmeriteerd zendeling/predikant in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) - gaat in op de vraag: ‘hoe kunnen mensen een echte partij zijn’ in het verbond met God? Hij antwoordt daarop:

De gereformeerde leer zegt: de menselijke inbreng is niet slechts bezoedeld en kwetsbaar, maar vanuit de totaal verdorven aard van de mens onmogelijk. Maar wat onmogelijk is bij mensen, is mogelijk bij God. Alle mensen zijn zondaren, helemaal (Romeinen 3:10-18). Maar God is zo barmhartig, en de liefde die Hij voor ons heeft opgevat is zo groot, dat Hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend heeft gemáákt (Efeziërs 2:4; Dordtse Leerregels III/IV,11). (…) En onderdeel van Gods werk is dat Hij zijn tegenpartij, zijn counterpart, ook maakt tot een echte partij die gebracht wordt tot echt en zuiver meedoen. Met een volkomen zuiverheid die God geeft, beginnend in dit leven, en voltooid na dit leven.

Het is allemaal Góds werk dus. Ja, ik weet dat de Bijbel ook spreekt over onze verantwoordelijkheid. Er wordt krachtig opgeroepen om te geloven, om het evangelie van Jezus Christus aan te nemen. Maar het wonderlijke is dat God juist door die verkondiging van het evangelie heen gesloten harten opent, en mensen die geestelijk dood zijn lévend maakt. Iemand die tot geloof gekomen is, kan zich dan ook nooit beroemen op zijn keuze voor God. Nee, ook het geloof is een gave van God (Efeze 2:8, Filippenzen 1:29). Alle eer is dus voor Hem!

Uit Hem toch bent u in Christus Jezus, die ons geworden is: wijsheid van Godswege, gerechtigheid, heiliging en verlossing; opdat, zoals geschreven staat: ‘Wie roemt, laat hij roemen in de Heer’.
1 Korintiërs 1:30-31 Telos

Hoe lief heb ik uw wet!

8 februari 2008 - One Response

bijbelpaginaOp de pagina Over mij heb ik geschreven dat leven tot eer van God in ieder geval betekent:

‘dicht bij de Bijbel, het Woord van God, leven, daaruit lezen en erop studeren en bidden om de Geest van God, om wat ik lees ook te kunnen begrijpen en te kunnen doorvertalen naar het leven van elke dag.’

Kort gezegd: veel en regelmatig uit de Bijbel lezen is cruciaal om een leven te leiden waarmee God geëerd wordt. De Bijbel zelf laat dat ook duidelijk zien. Paulus schrijft bijvoorbeeld aan Timotheüs:

De hele Schrift is door God ingegeven en is nuttig om te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God dient, volmaakt moge zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.
2 Timotheüs 3:16,17 HSV

En in Psalm 1 kun je lezen hoe iemand die God liefheeft en wil leven tot zijn eer met de Bijbel omgaat:

Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaren,
die niet zit in de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.
Psalm 1:1,2 HSV

Bij het woordje ‘wet’ frons je misschien je wenkbrauwen. Wij denken bij dat woord aan wetboeken en regels, geboden en - vooral - verboden. Maar ‘wet’ heeft hier de betekenis van het Woord van God, zoals dat bekend was bij Oud-Testamentische gelovigen. Je moet dan denken aan de vijf boeken van Mozes. Wij kunnen nu zeggen: het betreft heel de Bijbel. Daarin maakt God bekend wie Hij is, wie jij bent en wijst Hij je de weg. De Psalmdichters verheugden zich hierover en zagen de onnoemelijke waarde van Gods Woord:

De wet uit Uw mond is mij beter
dan duizenden stukken goud of zilver.
(…)
Hoe lief heb ik Uw wet!
Ik overdenk haar heel de dag.
(…)
Hoe zoet zijn Uw woorden voor mijn gehemelte,
zoeter dan honing voor mijn mond.
Psalm 119:72, 97, 103 HSV

Ongeveer drieënhalf jaar geleden heeft God ook in mij een honger laten ontstaan naar het Woord van God. Kon ik voorheen moeilijk Bijbelteksten onthouden of terugvinden waar iets staat, nu zeggen anderen over mij dat ik zoveel Bijbelkennis heb. Daar dank ik God voor! Wonderlijk genoeg - of misschien wel juist door die kennis - zie ik steeds meer dat deze kennis nog maar zo’n klein beetje is van wat er te leren en te weten en te ontdekken valt over God en zijn grote daden in de geschiedenis en vooral over wat Hij in Christus heeft gedaan.

Het is mijn gebed dat velen zich daadwerkelijk en intens met de Bijbel gaan bezighouden. Ik heb zelf wat dat betreft jarenlang min of meer droog heb gestaan, zo zie ik nu. Ik las wel boeken over de Bijbel, en ik bad wel, maar ik miste het echte, vaste, regelmatige voedsel. Werkelijk, ik geloof dat als christenen het lezen uit de Bijbel hoog op hun prioriteitenlijstje zetten er mooie dingen kunnen gaan gebeuren. Om maar wat te noemen: ik denk dat de onderlinge liefde in de gemeenten zou toenemen, ik denk dat er minder discussies zouden zijn omdat er minder onduidelijkheid zou zijn over wat de Bijbel nu precies zegt over bepaalde zaken. Ik denk dat dit alles ook iets zou uitstralen naar niet-christenen. En uiteindelijk zou door dit alles God meer geëerd en geprezen worden.

Als je nu van jezelf weet dat je te weinig uit de Bijbel leest, ga dan in gebed en vraag God in Jezus Naam dat Hij je hart op dit punt verandert, dat Hij je liefde geeft voor zijn Woord en dat Hij je zijn Geest geeft om te begrijpen wat Hij tot je wil zeggen door zijn Woord. Lees maar wat er dan gebeurt:

Mijn zoon, sla acht op mijn woorden,
neig uw oor tot mijn uitspraken;
Laat ze niet wijken uit uw ogen,
bewaar ze diep in uw hart.
Want zij zijn leven voor wie ze vinden,
genezing voor hun ganse lichaam.
Spreuken 4:20-22 NBG

Genezing staat er! Dat is een proces. Het kan dus even duren voor het ‘effect’ merkbaar. Maar hou wel vol! Lees je Bijbel, bid elke dag, dat je groeien mag … tot zijn eer!