De subjectieve kant van schuldvergeving

In mijn post Waarom nog schuld belijden? heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat er verschil is tussen de objectieve en de subjectieve kant van schuldvergeving. In deze post ga ik daar nog wat verder op in en dan met name op die subjectieve kant.

John Stott schrijft in zijn boek Het kruis van Christus op blz. 106: ‘Als de mens gezondigd heeft (en dat heeft hij) en als hij verantwoordelijk is voor zijn zonden (en dat is hij), dan staat hij schuldig tegenover God. Schuld is het logische vervolg van de vooronderstelling van zonde en verantwoordelijkheid.’ Objectief gezien staat iedereen schuldig voor God, omdat iedereen gezondigd heeft (Rom. 3:19,23). Schuldig staan betekent dat je – terecht – Gods straf verdiend hebt. God heeft echter een manier gevonden waardoor Hij mensen toch rechtvaardig kan verklaren (Rom. 3:25-26). Dat gebeurt zodra er bij iemand sprake is van waar geloof in Christus. Vanaf dat moment ziet God zo iemand als onschuldig.

Deze objectieve werkelijkheid is een gegeven en heeft daarmee een statisch karakter: zo is het. Maar er is ook een subjectieve kant. Daar bedoel ik ons geloofsleven mee, de vertrouwelijke omgang met de Here. Dat is dynamisch van karakter. Een christen kent in de praktijk van zijn leven momenten van terugval, van struikelen. Hij zal beseffen dat hij verantwoordelijk is voor zijn zonden en dat hij daarom schuldig is. Hij zal ervaren dat zijn zonden, zijn tekortschieten in de liefde, een afstand schept tussen hem en God. Er komt iets tussen God en hem in te staan. Maar een christen zal daar geen vrede mee hebben. Hij zal Gods aangezicht zoeken, berouw tonen, zijn zonden en schuld belijden en vergeving vragen. Als hij dit oprecht heeft gedaan, mag hij er ook weer van verzekerd zijn dat God hem ondanks zijn fouten als rechtvaardige blijft zien.

Dit betekent niet dat hij telkens weer bij ‘nul’ begint. Het betekent ook niet dat het belijden van schuld en het vragen om vergeving de grond is op basis waarvan het weer goed wordt met de Vader, want die grond is Christus’ werk. Het is wel de weg waarlangs dit gebeurt.

Ik vond op internet in een preek over Zondag 51 een passage waarin op deze subjectieve kant wordt ingegaan. Het is een preek van wijlen ds. Houtman van de Geref. Gemeenten. De taal is wat ouderwets, het is wat je een bevindelijk-schriftuurlijke preek kunt noemen, en volgens mij is de preek ook opgeschreven op basis van een geluidsopname, maar het geeft wel woorden aan wat ik bedoel:

Het kan ook niet, dat je zeggen zou: nu ja, mijn zonden zijn eenmaal vergeven en wat God vergeven heeft, dat vergeeft Hij voor eeuwig, dus ik hoef niet meer te bidden: Vader in de hemel, vergeef mij mijn schulden, want ik weet dat ik een “gerechtvaardigde” ben door God.
Ach, als u zo zou spreken, dan zou u daarmee openbaren de praktijk van het nieuwe leven niet te kennen. Want, hoewel het zeker waar is, dat, wanneer we eenmaal dat geloof hebben mogen beoefenen en Christus als onze Zaligmaker hebben mogen zien, Die in onze plaats aan het recht van God genoeg deed, dan zal God Zijn genade nooit verbreken en dan zal Hij Zijn Heilige Geest nooit meer van ons wegnemen, maar zou ons dat beletten om telkens weer opnieuw, als we gezondigd hebben, als de band gerekt is, als het gevoel van Gods genade zo verdonkerd is, zou ons dat beletten om opnieuw te bidden: Vader, maak het weer goed?
(…)
Als we enkel rationeel zouden weten, dat God onze schuld heeft vergeven en we gerechtvaardigd zijn door het bloed van Christus en we mochten nooit meer Gods vriendelijk aangezicht zien, we zouden sterven van verdriet. Want de verbergingen van Gods aangezicht zijn bitterder dan de dood, zegt onze belijdenis. Dat is de praktijk van de godzaligheid en daarom bidden wij gedurig of de Heere de toepassing van dat heil dat we in Christus hebben, telkens en telkens aan onze ziel vernieuwen en verlevendigen wil.

Ds. Houtman heeft het over de ‘praktijk van de godzaligheid’ en ‘de toepassing van [het] heil dat we in Christus hebben’. Dat is wat ik bedoel met de subjectieve kant. Verder haalt hij een zinsnede aan uit de Dordtse Leerregels H. 5, art. 13. Ik zou willen zeggen: lees dat hele hoofdstuk maar eens rustig door. Op een mooie en bevindelijke manier (in de goede zin van het woord) gaat het daar over de praktijk van de omgang met onze Vader.

Dit bericht werd geplaatst in redding, toeëigening van het heil en getagged met , , , . Bookmark de permalink.

Een reactie op De subjectieve kant van schuldvergeving

  1. Leendert zegt:

    Hoi Corné,

    Blijf het lastig vinden om het te verwoorden, maar doe toch een poging. Misschien denken we hetzelfde, maar land dat (nog) niet bij mij.

    In ieder geval staan we op hetzelfde fundament (zie twee volgende teksten).

    2 Korinthe 13:
    5 Onderzoek bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat Jezus Christus in u is? Als dat niet zo is, dan hebt u de proef niet doorstaan.
    Mattheus 16:
    15 Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ 16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.

    Een christen leeft vanuit de objectieve wetenschap. We waren dood, maar leven door Jezus. Jezus is in ons. Je bent plat gezegd christen of je bent het niet. Dus schuldig of onschuldig. Ook als je zonden doet (dat blijven we doen totdat we sterven) blijft Jezus in ons, blijven we gerechtvaardigd.

    Vanuit geloof zal je nooit zeggen: mijn zonden zijn nu eenmaal vergeven dus ik hoef geen schuld meer te belijden. Zeg je dat dan is je geloof niet gefundeerd op de juiste basis. Vanuit geloof werkt de Heilige Geest het zondebesef in ons, waardoor we zonden belijden.

    Romeinen 10,
    10 Als Christus echter in u leeft, bent u door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt u leven, omdat u door God als rechtvaardigen bent aangenomen. 11 Want als de Geest van hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal hij die Christus heeft opgewekt ook u die sterfelijk bent, levend maken door zijn Geest, die in u leeft.

    Voor mezelf sprekend is het juist zo ongelooflijk mooi om te weten dat ik rechtvaardig ben voor God. Dat brengt me juist er toe dat ik dicht bij God wil leven. Ik ben goed genoeg in Zijn ogen.
    Door Jezus dood en de genade is het zo dat ik een parel ben in Gods hand. Mijn troost is dat ik weet dat het goed is tussen God en mij. Dus i.p.v te zeggen: Vader maak het goed, weet ik dat het goed is. Dat heil is er altijd en vragen om nieuwe toepassing klinkt mij in de oren dat het offer van Jezus soms wel en soms niet geldt (al naar gelang de fase die ik in mijn leven doormaak). Als dat een gedachte is onder christenen dan doen we daarmee God ernstig tekort, omdat we dan misschien wel twijfelen aan zijn liefde voor ons. We moeten beseffen dat we altijd het heil nodig hebben (en gelukkig al hebben). We kunnen ervaren dat we in periodes van ons leven verder of dichterbij God leven, maar besef wel dat God altijd net zo dichtbij ons is. We zijn die parel en liggen in Zijn hand. Daar dank ik God voor. Leven uit dankbaarheid brengt mij op mijn knieen. Weet ik het niet te zeggen dan:
    Romeinen 8:
    26 De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. 27 God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens zijn wil pleit voor allen die hem toebehoren.

    De zorg van God voor ons is zo ondenkbaar groot. Dat is LIEFDE.

    Romeinen 8:
    31 Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? 32 Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken? 33 Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. 34 Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons. 35 Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard? 36 Er staat geschreven: ‘Om u worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’ 37 Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad. 38 Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, 39 hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

    Paulus schrijft in brieven ook over zijn strijd met zijn zondige aard, maar vanuit de wetenschap van Gods liefde kon hij (ondanks zijn verleden) het bovenstaande schrijven.

    Paulus, jij en ik en alle christenen hebben het volgende gemeen:
    Een Vader doe lief heeft
    Een Zoon die redt
    Een Geest die leidt.
    (citaat song : what we need – Casting Crowns)

    In Christus verbonden,
    Leendert

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s