Een tijdje terug heb ik een boekje gekocht met preken van de puritein George Whitefield, met de titel De weg der genade. Whitefield leefde van 1714 tot 1770. In die tijd was er sprake van verval in de Engelse staatskerk. Whitefield echter verkondigde het zuivere evangelie en werd daarom al snel niet meer toegelaten tot diverse kansels in Londen. Hij preekte daarom meestal in de openlucht, soms voor wel 10.000 of 20.000 mensen! Nu zijn er maar zo’n 75 preken van Whitefield bewaard gebleven, waarvan er maar 6 in De weg der genade zijn opgenomen. In die tijd zonder opnameapparatuur werden zijn preken door verslaggevers in steno genoteerd, en helaas niet allemaal even nauwkeurig. Toch komt in die preken duidelijk naar voren hoe Whitefield preekte.
De Anglicaanse bisschop J.C. Ryle beschreef een eeuw later ‘wat de wezenlijke eigenschappen van het preken van Whitefield schenen te zijn’, die ik hier graag overneem:
- Een zuiver Evangelie – ‘Er zijn wellicht weinig mensen die hun toehoorders ooit zoveel koren en zo weinig kaf gaven. (…) Voortdurend vertelde hij u over uw zonden, uw hart, Jezus Christus, de Heilige Geest, de absolute noodzaak van berouw, geloof en heiligheid, op de manier zoals de Bijbel deze belangwekkende onderwerpen behandelt.’
- Eenvoud - ‘Zijn spreekstijl was gemakkelijk, duidelijk, en op conversatietoon. Hij scheen een afschuw te hebben van lange en ingewikkelde zinnen. Altijd hield hij zijn doel in het oog, en hij ging daar linea recta op af. (…) Het gevolg was dat zijn toehoorders hem altijd begrepen. Hij ging nooit over hun hoofden heen.’
- Directheid - ‘Hij sprak mensen in hun gezicht aan, als iemand die een boodschap van God voor hen had, “Ik ben hierheen gekomen om met u te spreken over uw ziel”. Het gevolg was dat veel toehoorders vaak dachten dat zijn preken met name voor hen zelf bedoeld waren. (…) er liepen verzoeken door al zijn preken als een rode draad: “Dit is voor u, en dit is voor u”. Hij liet zijn toehoorders nooit met rust.’
- Talent om te beschrijven – ‘Hij wist zulke levendige beelden op te roepen van de dingen die hij behandelde dat zijn toehoorders werkelijk geloofden dat zij ze echt zagen en hoorden.’
- Ernst - ‘Hij slaagde erin om de mensen te tonen dat hij tenminste alles geloofde wat hij zei, en dat zijn hart, ziel, geest en kracht erbij betrokken waren om hen het ook te laten geloven. (…) Zijn preken waren (…) levendig en vol vuur. Men kon er niet onderuit. Slaap was bijna onmogelijk. Men moest luisteren, of men het nu wilde of niet. Hij straalde een heilige macht uit die de aandacht stormenderhand veroverde.’
- Pathos (gevoel) - ‘Het kwam regelmatig voor dat hij tranen in overvloed stortte op de kansel. (…) Hierbij schijnt geen sprake te zijn geweest van toneelspel. Hij voelde zich intens begaan met de zielen voor hem, en zijn gevoelens uitten zich in tranen.’
Ik besef dat Whitefield een bijzonder instrument in Gods hand is geweest. En ik begrijp dat niet iedere predikant een Whitefield hoeft te zijn. Toch lijken mij dit zaken waar tegenwoordige predikanten nog best wat van kunnen leren.