In het Reformatorisch Dagblad van vandaag staat een verslag van een themadag van de George Whitefieldstichting afgelopen zaterdag. Voorzitter Jeroen Bol sprak daar over Jonathan Edwards ‘die door velen wordt gezien als de belangrijkste en grootste theoloog en filosoof die Amerika heeft voortgebracht.’
Ik moet bekennen dat ik zelf alleen nog maar slechts wat fragmenten van Edwards heb gelezen. Wel heb ik veel van een ‘leerling’ van hem, John Piper, gelezen. En wat ik van hem leer vind ik geweldig. Het verslag in het RD geeft een aantal typeringen van Jonathan Edwards die ik ook duidelijk bij Piper herken:
‘Juist de degelijke variant van de Angelsaksische evangelicale theologie wordt vaak gekenmerkt door een weldadige combinatie van gedegen Bijbelgetrouwe theologiebeoefening en fraaie tonen van een doorleefd persoonlijk geloof. Bij Edwards waren geloofsbeleving en verstand in evenwicht.’
‘Edwards (had) een radicale gerichtheid op God (…) Het ging hem in alles om de glorie van God. God doet alles ter ere van Zichzelf en maakt anderen gelukkig. Gods kinderen mogen zich verheugen in God. Ze geven God terug wat ze gekregen hebben. Het is net als met een diamant die schittert in de zon en de stralen terugkaatst. Alles is van God, in God en tot God, stelde Edwards.’
Mede door John Piper, en indirect dus ook door Jonathan Edwards, ben ik gaan inzien hoe belangrijk het is dat God centraal staat in je leven en dat je in alles gericht bent op Hem. Alles draait om Hem. De titel van mijn weblog is dan ook niet voor niets ‘Leven tot eer van God’.