Zuivert het oude zuurdeeg uit, opdat u een nieuw deeg bent; u bent immers ongezuurd. Want ook ons pascha, Christus, is geslacht.
1 Korintiërs 5:7
Misschien ken je wel die tekst uit de Bijbel waar God zegt: ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’ (1 Petrus 1:16). De bedoeling daarvan is: Leef op een manier die past bij God. God is heilig, dus leef zelf ook heilig. Maar het wonderlijke van de tekst uit 1 Korintiërs 5:7 is dat Paulus daar eigenlijk zegt: ‘Wees heilig, want jullie zijn heilig!’
Zuurdeeg is hier een beeld van iemand die in de gemeente in zonde leeft. In vers 5 zegt Paulus: ‘Weet u niet, dat een beetje zuurdeeg het hele deeg doorzuurt?’ Zonde in de gemeente is dus besmettelijk. En in vers 8 heeft hij het over ‘zuurdeeg van slechtheid en boosheid’. Dat moeten we dus wegdoen. De gemeente moet heilig zijn.
Nu gebruikt Paulus bijzondere logica om dit duidelijk te maken. Hij zegt namelijk dat de gemeente ongezuurd is. Ja maar … als dat zo is, dan hoeft er toch niets verwijderd te worden? Of andersom: Als er zonde is, hoe kan Paulus de gemeente dan ongezuurd noemen? Of als je het op jezelf betrekt: ben jij, als christen, nu heilig of niet?
Het mooie en bijzondere is dat God de gemeente, en jou ook als je gelooft, in Christus ziet als ongezuurd, ook al ben je dat niet. God rekent namelijk niet met wat wij van onszelf zijn en met hoe wij leven, maar met wie wij in Christus zijn en met wat Hij deed. Als je gelooft mag je weten dat Christus’ volmaaktheid op jouw rekening is overgeboekt en dat jouw zonde op zijn rekening is overgeboekt (2 Korintiërs 5:21). Op jouw rekening staat nu ruim voldoende saldo, zonder dat je daar ook maar iets voor hebt gedaan. Dat heeft Christus namelijk voor jou verdiend. En met jouw zonde is afgerekend aan het kruis op Golgotha. Daar heeft Hij voor jou betaald. En daar rekent God mee. Dat is beslissend. Dus ja, in Gods ogen zijn wij heiligen.
Maar niet omdat wij zo goed zijn. Kijken we naar onszelf dan zijn we helemaal niet zo heilig. Want intussen leven wij niet volmaakt. We maken fouten en struikelen. Als we een zonde hebben mogen overwinnen, dan ontdekken we weer meer vuiligheid in ons. We moeten oorlog voeren tegen de zonde die in ons woont (Romeinen 7:20, Romeinen 8:13). Er is sprake van een strijd tussen ‘vlees en geest’ in ons (Galaten 5:17). We worden opgeroepen om het oude zuurdeeg te verwijderen. Dat is meestal pijnlijk. Het gaat er soms heftig aan toe, soms winnen we, soms verliezen we terrein, soms vallen we, maar beslissend is of we weer opstaan en blijven vechten. Want de overwinning staat vast. De beslissende slag is door Christus gewonnen!
Door de blik gericht te houden op Christus, en te kijken naar wat Hij gedaan heeft en naar wie Hij voor ons is, worden we veranderd naar zijn beeld (2 Korintiërs 3:18, Hebreeën 12:2). Zo word je, wie je – in Christus – bent.
Zo ook u, rekent het ervoor ten opzichte van de zonde dood te zijn, maar voor God levend in Christus Jezus.
wij (…) weten, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is (…)
Romeinen 6:11 en 6
Laat dan de zonde niet regeren in uw sterfelijk lichaam om aan zijn begeerten te gehoorzamen.
Want de zonde zal over u niet heersen;
Romeinen 6:12 en 14
(…) stelt nu zo uw leden in slavernij van de gerechtigheid (…)
En vrijgemaakt van de zonde bent u slaven van de gerechtigheid geworden.
Romeinen 6:19 en 18
(…) doet de Heer Jezus Christus aan (…)
Want u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan.
Galaten 3:27 en Romeinen 13:14a
(…) wijdt geen zorg aan het vlees om aan begeerten te voldoen.
Maar zij die van Christus Jezus zijn, hebben het vlees met de hartstochten en de begeerten gekruisigd.
Romeinen 13:14b en Galaten 5:24
Aangehaalde teksten geciteerd uit de Telos NT vertaling