In deze tijd, zo in de week van Goede Vrijdag, wil ik me specifiek richten op het lijden en sterven van Jezus, en probeer ik er bij stil te staan wat er daar, op Golgotha, een kleine 2000 jaar geleden, is gebeurd. Wat heeft de dood van Jezus Christus voor ons bewerkt?
Het boekje Waarom moest Jezus sterven? van John Piper is daarbij een mooi hulpmiddel. Hij heeft daarin 50 redenen, of beter gezegd: bedoelingen, van het lijden en sterven op een rijtje gezet. (Als je het engels machtig bent, dan kun je dit boekje hier gratis lezen.) Hieronder de eerste reden die John Piper beschrijft:
Christus leed en stierf…
om de toorn van God op zich te nemen
Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt
Galaten 3:13
Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn gerechtigheid te bewijzen met het oog op de vergeving van de zonden die tevoren hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.
Romeinen 3:25
Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.
1 Johannes 4:10
Als God niet rechtvaardig was, zou het lijden en sterven geen vereiste zijn geweest voor Zijn Zoon. En als God niet liefdevol was, zou Zijn Zoon niet de bereidheid hebben gehad om te lijden en te sterven. Maar God is zowel rechtvaardig als liefdevol. Daarom is Zijn liefde bereid te voldoen aan de eisen van Zijn rechtvaardigheid.
Gods wet eist: ‘Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw kracht’ (Deut. 6.5). Maar wij houden allemaal meer van andere dingen. Dat is dus zonde: God onteren door niet Hem op de eerste plaats te laten komen in ons leven, maar andere dingen en dat we daar ook naar handelen. Daarom staat er in de Bijbel: ‘Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God’ (Rom. 3:23). Wij verheerlijken datgene waarvan we het meest genieten. En dat is niet God.
Zonde is niet iets onbeduidends, omdat we niet zondigen tegen een onbeduidende Koning. Hoe hoger de status van de beledigde persoon, des te ernstiger de belediging. Het is beneden Zijn waardigheid wanneer we de Schepper van hemel en aarde niet oneindig veel respect, bewondering en trouw tonen. Wie Hem niet liefheeft, maakt zich niet schuldig aan een onbeduidend vergrijp, maar aan verraad. God wordt erdoor te schande gemaakt en menselijk geluk wordt erdoor kapotgemaakt.
Omdat God rechtvaardig is, kan Hij deze zonden niet bedekken met de mantel der liefde. Ze wekken bij Hem een heilige toorn op. Ze moeten bestraft worden. ‘Want het loon van de zonde is de dood’ (Rom. 6:23). ‘De ziel, die zondigt, die zal sterven’ (Ezech. 18:4).
Er rust een heilige vloek op alle zonden. Die niet bestraffen, zou onrechtvaardig zijn. De vernedering van God zou erdoor onderstreept worden. De wereld zou dan in wezen geregeerd worden door een leugen. Daarom zegt God: ‘Vervloekt is wie de woorden van deze wet niet bevestigt door ze ook te doen!’ (Gal. 3:10; Deut. 27:26).
Maar de liefde van God berust niet in de vloek die alle zondige mensen boven het hoofd hangt. Het schenkt Hem geen voldoening blijk te geven van zijn toorn, hoe heilig die ook is. God stuurt Zijn eigen Zoon om Zijn toorn weg te nemen en de vloek te dragen voor iedereen die zijn vertrouwen stelt op Hem. ‘Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden’ (Gal. 3:13).
Het woord ‘verzoening’ (Rom. 3:25) verwijst naar het wegnemen van Gods toorn door er iets anders voor in de plaats te stellen. God voorzag daar Zelf in door Jezus Christus te zenden als plaatsvervanger. Christus haalt niet slechts een streep door de toorn; Hij laat die op Zichzelf neerkomen in plaats van op ons. Gods toorn is rechtvaardig; ze werd uitgegoten, niet weggenomen.
Laten we ons ervoor hoeden dat we God niet serieus nemen of Zijn liefde bagatelliseren. We raken pas diep onder de indruk van Gods liefde voor ons als we ons rekenschap geven van de ernst van onze zonden en de rechtvaardigheid van Zijn toorn. Daar staat tegenover dat, wanneer we uit genade beseffen hoe onwaardig we zijn, we dankzij het lijden van Jezus kunnen zeggen: ‘Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden’ (1 Joh. 4:10).
John Piper, Waarom moest Jezus sterven?, blz. 23-25.